Zakelijke correspondentie / Ontvangstbevestiging.
Origineel
Zakelijke correspondentie / Ontvangstbevestiging. 46/4/218/2 Visscherij Centrale
Hiermede bericht ik U, dat ik
van de firma S. Dekker zns. te Monnikendam,
een bedrag groot f 5.47 heb ontvangen
waarvan zij schrijft: "betreft de mis v. d.
verdeeling kleinhandel der aal welke
gerookt is voor de fabrieken".
Volgens telefonische afspraak
met Uwen Heer Vijftigschild heb ik dit
bedrag geaccepteerd doch gaarne zou
ik van U nadere inlichtingen ontvangen
omtrent de rechtmatigheid dezer gelden
[tussenregel:] welke aan genoemd bedrag
en de bestemming die daaraan gegeven
~~moet~~ dient te worden.
De Directie,
[Paraf in rood] De brief betreft de afwikkeling van een gering bedrag (f 5,47) dat is overgemaakt door de firma S. Dekker & Zonen uit Monnikendam. Dit bedrag heeft betrekking op de distributie (verdeeling kleinhandel) van gerookte aal (paling) die bestemd was voor fabrieken. De schrijver toont zich plichtsgetrouw door te vragen naar de "rechtmatigheid" en de specifieke "bestemming" van dit geld, wat duidt op de rigide bureaucratie en controle binnen de visserijsector in die tijd. De tekst bevat een correctie waarbij de schrijver het dwingende "moet" heeft vervangen door het meer ambtelijke "dient te worden". De vermelding van Heer Vijftigschild is een cruciaal detail voor de identificatie van de periode en de organisatie. Dit document is onlosmakelijk verbonden met de Tweede Wereldoorlog. De Visscherij Centrale werd in 1941 door de Duitse bezetter opgericht om de volledige Nederlandse visserijsector te beheersen, inclusief vangstquota, prijzen en distributie. Monnikendam was destijds (en is nog steeds) een belangrijk centrum voor palingrokerijen. De firma S. Dekker was een prominente speler in de lokale visserij. De brief geeft een inkijkje in de minutieuze wijze waarop zelfs de kleinste bedragen binnen het distributiesysteem van de voedselvoorziening tijdens de bezettingsjaren werden geadministreerd en verantwoord. De heer Vijftigschild was een bekende secretaris binnen deze organisatie. S. Dekker Vijftigschild was (De heer)
Samenvatting
De brief betreft de afwikkeling van een gering bedrag (f 5,47) dat is overgemaakt door de firma S. Dekker & Zonen uit Monnikendam. Dit bedrag heeft betrekking op de distributie (verdeeling kleinhandel) van gerookte aal (paling) die bestemd was voor fabrieken. De schrijver toont zich plichtsgetrouw door te vragen naar de "rechtmatigheid" en de specifieke "bestemming" van dit geld, wat duidt op de rigide bureaucratie en controle binnen de visserijsector in die tijd. De tekst bevat een correctie waarbij de schrijver het dwingende "moet" heeft vervangen door het meer ambtelijke "dient te worden". De vermelding van Heer Vijftigschild is een cruciaal detail voor de identificatie van de periode en de organisatie.
Historische Context
Dit document is onlosmakelijk verbonden met de Tweede Wereldoorlog. De Visscherij Centrale werd in 1941 door de Duitse bezetter opgericht om de volledige Nederlandse visserijsector te beheersen, inclusief vangstquota, prijzen en distributie. Monnikendam was destijds (en is nog steeds) een belangrijk centrum voor palingrokerijen. De firma S. Dekker was een prominente speler in de lokale visserij. De brief geeft een inkijkje in de minutieuze wijze waarop zelfs de kleinste bedragen binnen het distributiesysteem van de voedselvoorziening tijdens de bezettingsjaren werden geadministreerd en verantwoord. De heer Vijftigschild was een bekende secretaris binnen deze organisatie.