Getypte brief/ambtelijk schrijven met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief/ambtelijk schrijven met handgeschreven kanttekeningen. 22 juni 1943. (Handgeschreven, linksboven:) 464/230/1
(Handgeschreven, middenboven:) Verzonden 23/6
(Handgeschreven, rechtsboven:) AV[?]
(Handgeschreven, omcirkeld in het midden:) 3 ex.
(Getypt:)
VD/RP.
22 Juni 1943.
Concept-plan
klantenbinding met een
vischkaart.
den Heer Wethouder voor
de Levensmiddelen,
A l h i e r.
=========
Hiermede hebben de ondergeteekenden de eer U te berichten, dat de tweede ondergeteekende op initiatief van het R.B.V.V.O. werd uitgenodigd voor een bespreking, welke op 1 Juni jl. plaats had, over het vraagstuk der vischvoorziening van de groote steden. Aandeze bespreking, welke stond onder leiding van Dr. Dols, hoofd van de afdeeling Voedingsvraagstukken van bovengenoemd bureau, werd deel genomen door vertegenwoordigers van het R.B.V.V.O., door den Directeur van de Nederlandsche Visscherij Centrale en den Heer Vijftigschilt van deze Centrale en door de tweede ondergeteekende.
Door den vertegenwoordiger van het R.B.V.V.O. werd aan het Gem. Bestuur van Amsterdam het verzoek gericht om een concept-plan op te stellen ter verbetering van de vischregeling in de groote steden op basis van een klantenbinding en met gebruikmaking van een vischkaart. Bovengenoemde regeeringsinstanties zouden eveneens trachten een zoodanige regeling te ontwerpen, waarna een nieuwe bespreking zou worden gehouden waarin zou worden getracht tot een definitief plan te komen. De regeling werd gedacht om bijwijze van proef in de steden Amsterdam, Den Haag en Utrecht in te voeren.
Nadat Uwe goedkeuring was verkregen hebben wij bovenstaande zaak ter hand genomen; het resultaat doen wij U in bijlage dezes in den vorm van een concept-plan met een toelichting toekomen. Een en ander is in eenige besprekingen met vertegenwoordigers van den Distributiedienst (Mr. Barth) en van den handel (de heeren Lammers voor de straathandel en Böhne winkeliers besproken).
Bij kennisneming zal U blijken, dat de nieuwe regeling is gebaseerd op het principe, dat alle burgers naar volgorde waarop zij ingeschreven staan een gelijke hoeveelheid visch zullen kunnen verkrijgen, waarvoor de vischkaart is ontworpen, terwijl een klantenbinding-regeling is uitgewerkt om te bereiken, dat het beschikbaar stellen der visch op georganiseerde wijze geschiedt, zoodat een rijvorming als tegenwoordig het geval is wordt voorkomen. De bestaande regeling is hoofdzakelijk gericht op controle van hoeveelheid en prijs, om welke reden de straathandel op een aantal markten is geconcentreerd. * Doel van het document: Het presenteren van een nieuw distributiesysteem voor vis aan de Wethouder van Levensmiddelen in Amsterdam. Het doel is tweeledig: een eerlijke verdeling van de schaarse visvoorraad ("gelijke hoeveelheid") en het elimineren van lange wachtrijen voor winkels ("rijvorming voorkomen").
* Betrokken instanties:
* R.B.V.V.O.: Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd.
* Nederlandsche Visscherij Centrale: De organisatie die toezicht hield op de visserijsector.
* Dr. M.J.L. Dols: Een belangrijke figuur in de Nederlandse voedselvoorziening tijdens en na de oorlog.
* Distributiedienst: Verantwoordelijk voor de uitvoering van het bonnenstelsel.
* Voorgestelde methode: "Klantenbinding" houdt in dat consumenten verplicht worden hun vis bij een vaste handelaar te kopen. In combinatie met een "vischkaart" (distributiebonnen) zorgt dit ervoor dat de handelaar precies weet hoeveel vis hij nodig heeft voor zijn geregistreerde klanten, waardoor "op de bonnefooi" in de rij staan onnodig wordt. Dit document stamt uit juni 1943, een periode waarin de voedseltekorten in bezet Nederland steeds nijpender werden. Vis was een belangrijke bron van eiwitten nu vlees schaars was, maar de aanvoer was problematisch door de beperkingen die de Duitse bezetter oplegde aan de visserij op de Noordzee (vanwege de Atlantikwall en oorlogsgevaar).
De chaos bij de viskramen en winkels, waar mensen urenlang in de rij stonden zonder garantie op succes, leidde tot sociale onrust. De overheid (onder toezicht van de bezetter) probeerde dit te reguleren door middel van een strakke bureaucratische planning. De proef in de grote steden (Amsterdam, Den Haag, Utrecht) laat zien dat de schaarste daar het grootst was en de noodzaak tot ordening het hoogst.