Afschrift van een brief (getypt).
Origineel
Afschrift van een brief (getypt). 25 mei 1943. A.N. Goedkoop, Poggenbeekstraat 21 II, Amsterdam. Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart, Uitvoering Algemeen Vestigingsverbod Kleinbedrijf, 's-Gravenhage. AFSCHRIFT. Amsterdam, 25 Mei 1943
A.N. Goedkoop,
Poggenbeekstraat 21 II
Amsterdam.
Aan het Departement van Handel, Nijverheid
en Scheepvaart, Uitvoering Algemeen Ves-
tigingsverbod Kleinbedrijf,
Bezuidenhoutscheweg 107,
'S-GRAVENHAGE.
Mijne Heeren,
Hiermede bericht ik U, dat ik weer gaarne in aanmerking
zou willen komen voor het vestigen van een kleinbedrijf in visch
en fruit te Amsterdam.
Ik heb ruim 18 jaar in genoemde branche zaken gedaan en in de
jaren van 1932 tot en met Mei 1941 had ik mij gevestigd in de
Van Woustraat 220, alhier.
Mijn vergunningen tot de Centrale Markthallen en Vischmarkt
zijn nog in mijn bezit en ik kan tevens mijn oude winkelhuis weer
inhuren.
Uwe berichten met zeer veel belangstelling te gemoet ziende
teeken ik,
Hoogachtend,
w.g. A.N. Goedkoop.
Voor eensluidend afschrift.
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
[Handtekening: Mulach-F-] * Inhoud: De afzender, A.N. Goedkoop, verzoekt om toestemming om opnieuw een vis- en fruitwinkel te mogen exploiteren in Amsterdam. Hij onderbouwt dit met zijn jarenlange ervaring (18 jaar) en het feit dat hij tot mei 1941 al een zaak had aan de Van Woustraat 220. Hij benadrukt dat hij nog steeds over de nodige vergunningen beschikt en zijn oude pand weer kan huren.
* Administratieve context: Het betreft een officieel afschrift ("voor eensluidend afschrift") opgesteld door de Nederlandsche Visscherijcentrale. Dit was een door de bezetter ingestelde organisatie die de visserijsector reguleerde.
* Taalgebruik: Formeel en zakelijk Nederlands van de eerste helft van de 20e eeuw (bijv. "visch", "teeken ik"). * Historische context: De brief is geschreven in mei 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Economische regulering: De geadresseerde instantie ("Uitvoering Algemeen Vestigingsverbod Kleinbedrijf") wijst op de strikte controle van de bezetter op de economie. Het vestigingsverbod was een maatregel om het aantal kleine ondernemingen te beperken, vaak onder het mom van economische 'rationalisatie', maar ook gebruikt om bepaalde groepen (zoals Joodse ondernemers) uit het economische leven te bannen.
* Lokaliteit: De Van Woustraat in Amsterdam (De Pijp) was en is een bekende winkelstraat. De vermelding van de Centrale Markthallen en de Vischmarkt duidt op de logistieke infrastructuur van de Amsterdamse voedselvoorziening in die tijd.