Ambtsbrief / Oproep voor het arbeidsbureau.
Origineel
Ambtsbrief / Oproep voor het arbeidsbureau. 25 november 1943. [Handgeschreven in blauw krijt/potlood:]
Verzonden 25/11
[Getypt:]
46a/322/1 H.
G/ST
25 November 1943.
Hiermede verzoek ik U Maandag 29 November aanstaande om 10.00 uur te mijnen kantore te komen, Jan van Galenstraat 14, alhier.
U gelieve gegevens mede te brengen waaruit blijkt, dat U voor werkzaamheden buitenslands bent vrijgesteld of afgekeurd.
De Directeur,
Gezonden:
D.Zwaan,P.Nieuwlandstraat 24 II ,A-dam
J.M.Zwaan,P.Nieuwlandstraat 15 II,A-dam
J.F.Jansen,Reinwardstraat 92 I.A-dam Dit document is een officiële oproep van de directeur van (vermoedelijk) het Gewestelijk Arbeidsbureau in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de brief is de sommatie aan drie mannen om zich te melden op het kantoor aan de Jan van Galenstraat 14.
De tekst is kort en dwingend. De ontvangers worden expliciet gevraagd bewijsstukken mee te nemen die aantonen dat zij zijn vrijgesteld of medisch afgekeurd voor werk in het buitenland. Dit duidt direct op de Arbeitseinsatz: de gedwongen tewerkstelling van Nederlandse mannen in de Duitse oorlogsindustrie.
Opvallend is de administratieve precisie: de brief bevat diverse referentienummers en een handgeschreven verzenddatum. De adressen van de geadresseerden (Pieter Nieuwlandstraat en Reinwardtstraat) liggen in de Dapperbuurt in Amsterdam-Oost. In 1943 werd de druk van de Duitse bezetter om Nederlandse mannen in Duitsland te laten werken steeds groter. Waar de tewerkstelling in het begin van de oorlog nog enigszins op basis van vrijwilligheid of via werkloosheidsuitkeringen verliep, werd het vanaf mei 1943 (na de April-meistakingen) een dwingende verplichting voor brede jaargangen mannen.
Het adres Jan van Galenstraat 14 was tijdens de bezettingsjaren het hoofdkwartier van het Gewestelijk Arbeidsbureau in Amsterdam. Voor veel Amsterdammers was dit een gevreesde plek, aangezien men hier "gekeurd" werd voor transport naar Duitsland.
Mannen die een dergelijke oproep kregen, stonden voor een onmogelijke keuze: gehoorzamen en mogelijk jarenlang onder zware omstandigheden in Duitsland werken, of proberen een vrijstelling (Ausstellung) te krijgen op basis van onmisbaarheid in hun huidige werk of medische ongeschiktheid. Wie geen vrijstelling kreeg, koos vaak voor de illegaliteit door "onder te duiken". De namen op deze lijst (twee leden van de familie Zwaan en een zekere Jansen) laten zien hoe hele gezinnen of buurtgenoten tegelijkertijd door de bureaucratische machine van de bezetter werden opgeroepen. D. Zwaan J.F. Jansen J.M. Zwaan