Archief 745
Inventaris 745-413
Pagina 132
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.

20 augustus 1943 (met aantekeningen tot 15 september 1943).

Origineel

Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 20 augustus 1943 (met aantekeningen tot 15 september 1943). [Linksboven, getypt:]
No. 55/21 L.M.1943.

[Rechtsboven, handgeschreven in blauw/zwart potlood:]
Marktw. [met kruis]
m v d v
v. M.
102
Gezien [paraaf] 15-9-43

[Midden, getypt:]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 20 Augustus 1943.

[Rechts, getypt:]
Straf vischkoopman.

[Vervolg tekst:]
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:

De Burgemeester van Amsterdam;
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen dd. 22 Juni 1943 No. 46 c/36/1b M;
Gelet op het Tweede Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941;

B e s l u i t :
gerekend te zijn ingegaan 7 Juni 1943, den vischkoopman S. de Ruijg, Kleine Kattenburgerstraat 138hs, wegens overtreding van het Tweede Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941, bestaande in het onttrekken van visch aan den verkoop, voor den tijd van vier maanden van de vischverdeeling uit te sluiten, derhalve tot en met 6 October 1943.

Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks) en Sociale Zaken (2 stuks).

[Linksonder:]
E.L.
[Handgeschreven:] I

[Rechtsonder:]
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN

[Onderaan, paars stempel met handgeschreven toevoeging:]
No. 46c/36/1^c M. 1943 31/8

[Onderaan midden, handgeschreven:]
gevol. bij [paraaf] * Inhoud: Dit document is een officieel uittreksel van een besluit van de burgemeester van Amsterdam. Het betreft een administratieve straf voor een vishandelaar, S. de Ruijg, gevestigd op de Kleine Kattenburgerstraat. De man wordt voor vier maanden uitgesloten van de visverdeling (bevoorrading).
* De overtreding: De koopman heeft vis "onttrokken aan den verkoop". In de context van de Tweede Wereldoorlog betekent dit meestal dat goederen werden achtergehouden voor de zwarte markt of eigen gebruik, in plaats van ze via het officiële distributiesysteem (met bonnen) aan het publiek aan te bieden.
* Administratief proces: Het besluit is gebaseerd op een rapport van de Dienst van het Marktwezen en een voorstel van de betreffende Wethouder. De uitvoering van de straf is met terugwerkende kracht ingegaan (7 juni 1943).
* Kenmerken: De aanwezigheid van verschillende stempels, referentienummers en handgeschreven parafen duidt op een bureaucratisch proces waarbij meerdere gemeentelijke afdelingen (Levensmiddelen, Sociale Zaken, Marktwezen) betrokken waren. Dit document stamt uit augustus 1943, een periode waarin Nederland bezet was door nazi-Duitsland. De voedselvoorziening was strikt gereguleerd via een distributiestelsel om schaarste te beheersen en de Duitse oorlogsmachine te ondersteunen.

De burgemeester van Amsterdam in deze periode was Edward Voûte, die door de Duitse bezetters was aangesteld. Het "Visscherijbesluit 1941" was een door de bezetter ingevoerde regeling om de volledige controle over de visvangst en -handel te verkrijgen.

Strafmaatregelen zoals deze waren bedoeld om de zwarte handel in voedsel de kop in te drukken. Voor een kleine ondernemer als S. de Ruijg betekende uitsluiting van de visverdeling voor vier maanden een feitelijk beroepsverbod en een zware financiële slag, aangezien legale inkoop van handelswaar onmogelijk werd gemaakt. De Kleine Kattenburgerstraat, waar de koopman gevestigd was, lag in een volksbuurt (de Oostelijke Eilanden) die zwaar getroffen werd door de oorlogsomstandigheden.

Samenvatting

  • Inhoud: Dit document is een officieel uittreksel van een besluit van de burgemeester van Amsterdam. Het betreft een administratieve straf voor een vishandelaar, S. de Ruijg, gevestigd op de Kleine Kattenburgerstraat. De man wordt voor vier maanden uitgesloten van de visverdeling (bevoorrading).
  • De overtreding: De koopman heeft vis "onttrokken aan den verkoop". In de context van de Tweede Wereldoorlog betekent dit meestal dat goederen werden achtergehouden voor de zwarte markt of eigen gebruik, in plaats van ze via het officiële distributiesysteem (met bonnen) aan het publiek aan te bieden.
  • Administratief proces: Het besluit is gebaseerd op een rapport van de Dienst van het Marktwezen en een voorstel van de betreffende Wethouder. De uitvoering van de straf is met terugwerkende kracht ingegaan (7 juni 1943).
  • Kenmerken: De aanwezigheid van verschillende stempels, referentienummers en handgeschreven parafen duidt op een bureaucratisch proces waarbij meerdere gemeentelijke afdelingen (Levensmiddelen, Sociale Zaken, Marktwezen) betrokken waren.

Historische Context

Dit document stamt uit augustus 1943, een periode waarin Nederland bezet was door nazi-Duitsland. De voedselvoorziening was strikt gereguleerd via een distributiestelsel om schaarste te beheersen en de Duitse oorlogsmachine te ondersteunen.

De burgemeester van Amsterdam in deze periode was Edward Voûte, die door de Duitse bezetters was aangesteld. Het "Visscherijbesluit 1941" was een door de bezetter ingevoerde regeling om de volledige controle over de visvangst en -handel te verkrijgen.

Strafmaatregelen zoals deze waren bedoeld om de zwarte handel in voedsel de kop in te drukken. Voor een kleine ondernemer als S. de Ruijg betekende uitsluiting van de visverdeling voor vier maanden een feitelijk beroepsverbod en een zware financiële slag, aangezien legale inkoop van handelswaar onmogelijk werd gemaakt. De Kleine Kattenburgerstraat, waar de koopman gevestigd was, lag in een volksbuurt (de Oostelijke Eilanden) die zwaar getroffen werd door de oorlogsomstandigheden.

Kooplieden in dit dossier 4

Hors Makreel
Hors Makreel
Hors Makreel
[?] Dekker 2.515

Gerelateerde Documenten 5