Officieel extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Officieel extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 3 september 1943. No. 46ᶜ/50/1ᵇ M. 1943 18/9 [handgeschreven]
Marktv 148 [handgeschreven]
No. 55/23 L.M. 1943 [getypt]
Straf vischkoopman
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam,
Vrydag, 3 September 1943
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam;
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen d.d. 26 Augustus 1943, No. 46ᶜ/50/1ᵇ M;
Gelet op het Tweede Uitvoeringsbesluit van het Visschery-besluit 1941;
B e s l u i t :
den vischkoopman J.J. de Kort Halli, Lindengracht 336, wegens overtreding van bovenvermeld besluit, bestaande uit het verschynen met slechts iets meer dan de helft van de hem op den vischafslag toegewezen hoeveelheid visch op zyn verkoopplaats in de Albert Cuypstraat inplaats van met de geheele hem toegewezen hoeveelheid, voor den tyd van vier maanden, dus tot en met 20 December 1943 van de verdeeling van visch aan den afslag uit te sluiten.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks), Sociale Zaken (2 stuks) en Arbeidszaken.
VB [geparafeerd]
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [gestempeld] Dit document betreft een disciplinaire maatregel tegen een Amsterdamse viskoopman tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de overtreding is dat de koopman, J.J. de Kort Halli, slechts de helft van de vis die hij op de officiële afslag had ingekocht, daadwerkelijk te koop aanbood op zijn standplaats aan de Albert Cuypstraat.
Het niet aanbieden van de volledige toegewezen hoeveelheid op de officiële markt werd door de autoriteiten zwaar opgenomen. Het impliceerde dat de resterende helft van de vis buiten het officiële distributiesysteem om – waarschijnlijk op de zwarte markt – werd verkocht. De straf is aanzienlijk: een uitsluiting van de visafslag voor vier maanden. Voor een viskoopman betekende dit in feite een tijdelijk beroepsverbod, aangezien hij gedurende die periode geen legale handel kon inkopen. Ten tijde van dit besluit (september 1943) stond Nederland onder Duits bezettingsbestuur. De burgemeester van Amsterdam was Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld. Voedselvoorziening en distributie waren streng gereguleerd om schaarste te beheersen en de zwarte handel in te dammen (en om export naar Duitsland te garanderen).
Het in de tekst genoemde 'Visschery-besluit 1941' was een van de vele verordeningen die door de bezettingsautoriteiten waren ingevoerd om volledige controle te krijgen over de voedselketen. De Dienst van het Marktwezen hield hierop streng toezicht. De Albert Cuypmarkt was toen, net als nu, een cruciaal punt voor de voedselvoorziening in de stad. De betrokkenheid van diverse afdelingen zoals 'Sociale Zaken' en 'Arbeidszaken' bij het afschrift wijst erop dat een dergelijke straf direct gevolgen had voor de werkgelegenheid en de sociale zekerheid van de gestrafte ondernemer.