Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 17 december 1943. [Stempel linksboven:] No. 466/69/2 M. 1943 6/7
[Typewerk bovenaan:] No. 259 L.M.1942
[Typewerk rechtsboven:] Beëindiging uitsluiting van een vischhandelaar van de Vischverdeeling.
[Handgeschreven aantekeningen rechtsboven:] afsh. Markth. 667 / [onleesbaar krabbeltje] / [onleesbaar krabbeltje]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam;
Vrijdag, 17 December 1943.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam;
Gezien zijn besluit van 2 October 1942 No. 259 LM. waarbij W.Zalmstra voor onbepaalden tijd van de verdeeling van visch werd uitgesloten:
B e s l u i t :
met ingang van 1 Januari 1944 W.Zalmstra weder toe te laten tot de vischverdeeling.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks) en Sociale Zaken (2 stuks),
PW.
[Handgeschreven paraaf]
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Stempel:] J. F. FRANKEN
[Handgeschreven krabbel linksonder:] gezien bij Dit document is een officieel uittreksel (extract) van een besluit genomen door de burgemeester van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. Het betreft een administratieve handeling waarbij een eerdere strafmaatregel tegen een individuele visboer, W. Zalmstra, wordt opgeheven.
Zalmstra was ruim een jaar eerder (2 oktober 1942) uitgesloten van de visverdeling. Dit type straf werd doorgaans opgelegd bij overtredingen van de distributiewetten, zoals handel op de zwarte markt of het niet naleven van vastgestelde prijzen. Het feit dat het besluit via de 'Wethouder voor de Levensmiddelen' loopt, onderstreept de strikte controle op de voedselvoorziening in oorlogstijd. De hernieuwde toelating gaat in op 1 januari 1944. In 1943 stond Nederland onder het juk van de Duitse bezetter. De burgemeester van Amsterdam was in deze periode de pro-Duitse Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld. De schaarste aan voedsel en middelen was groot, waardoor het distributiestelsel van cruciaal belang was voor de controle op de bevolking en de economie.
Handelaren die zich niet aan de regels hielden, konden rekenen op zware sancties, waaronder uitsluiting van bevoorrading. Dit betekende effectief een beroepsverbod voor de duur van de straf. In de loop van de oorlog werden sommige van deze straffen na verloop van tijd weer opgeheven om de lokale voedselvoorziening (hoe schaars ook) niet volledig te laten stagneren. Dit document illustreert de bureaucratische precisie waarmee de bezettingsautoriteiten en het collaborerende stadsbestuur zelfs individuele ondernemers tot in de details reguleerden.