Officieel rondschrijven (circulaire) van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officieel rondschrijven (circulaire) van de Gemeente Amsterdam. 22 januari 1944. De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). GEMEENTE AMSTERDAM
No. 2/1 K. 1944
Amsterdam, 22 Januari 1944.
[Stempel in paars: Nº 1/3/1 M.1944] [Handgeschreven in blauwe inkt: 24/1 mw.] [Paraaf in rood potlood]
Bij het controleeren van dat deel van het gemeentelijk kunstbezit aan schilderijen en andere kunstwerken, welke ter versiering van de verschillende gemeentegebouwen in bruikleen werden afgestaan is gebleken, dat in verschillende gevallen zonder voorkennis van de desbetreffende instantie sommige dezer werken waren verwijderd, terwijl andere niet op de geregistreerde plaatsen aanwezig waren. Dit bemoeilijkt niet alleen het terugvinden ten zeerste, doch heeft mede tot gevolg, dat de zeer uitgebreide registratie van het gemeentelijk kunstbezit niet den feitelijken toestand weergeeft.
Ik heb daarom besloten, dat met ingang van den datum van dit rondschrijven, alle aanvragen om schilderijen, e.d., uit het bezit der Gemeente, gericht dienen te worden tot den Wethouder voor de Kunstzaken, ten Raadhuize.
Eenzelfde wijze van handelen behoort te worden gevolgd bij verhangen of terugzenden.
Tevens noodig ik U uit een lid van het personeel aan te wijzen, dat in het bijzonder is belast met de zorg voor het in het onder Uw beheer staande gebouw aanwezige kunstbezit, hem op te dragen van dit bezit een inventarislijst aan te leggen en alle wijzigingen hierop aan te teekenen.
De Burgemeester van Amsterdam,
VOÛTE
de Gemeentesecretaris,
J. F. FRANKEN
Aan Heeren Hoofden van Diensten,
Bedrijven en Gemeente-administratiën.
Stadsdrukkerij Amsterdam 1432-1-44-200 * Kernboodschap: De burgemeester constateert dat de administratie van het gemeentelijk kunstbezit niet meer strookt met de werkelijkheid omdat kunstwerken zonder overleg worden verplaatst of verwijderd. Hij stelt een striktere procedure in: alle mutaties (aanvraag, verplaatsing, teruggave) moeten voortaan via de Wethouder voor Kunstzaken verlopen. Daarnaast moet elke dienst een verantwoordelijke aanwijzen voor een lokale inventaris.
* Bestuurlijke context: Het document getuigt van een poging tot centralisatie van het beheer van kostbaarheden binnen de gemeentelijke organisatie. De noodzaak voor een nauwkeurige inventarisatie suggereert dat men de controle over het fysieke bezit aan het verliezen was, mogelijk door de onrust van de oorlogsjaren.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands ("den feitelijken toestand", "ten Raadhuize"), kenmerkend voor de eerste helft van de 20e eeuw. * Historische periode: Januari 1944, midden in de Duitse bezetting van Nederland.
* Edward Voûte: De ondertekenaar, Edward Voûte, was de door de bezetter aangestelde burgemeester van Amsterdam. Hoewel hij gold als een bekwaam administrateur, werkte hij nauw samen met de Duitse autoriteiten.
* Kunst en Oorlog: Het beheer van kunstwerken was tijdens de bezetting een precaire zaak. Enerzijds probeerde de gemeente bezittingen te beschermen tegen oorlogsschade (luchtaanvallen) of diefstal. Anderzijds was er de constante dreiging van vorderingen door de bezetter. Het feit dat Voûte juist in 1944 de regels aanscherpt, kan duiden op een reactie op de toenemende chaos of een poging om het kunstbezit 'veilig' te stellen binnen de ambtelijke hiërarchie voordat de situatie in de stad verder zou verslechteren.
* Administratieve sporen: Het stempel "M. 1944" en de handgeschreven datum "24/1" tonen de snelle verwerking van dit rondschrijven bij de ontvangende dienst (twee dagen na datering). J.F. Franken Gemeente Amsterdam