Archiefdocument
Origineel
12 juli 1944. GEMEENTE AMSTERDAM
BUREAU VOOR ORGANISATIE EN EFFICIENCY.
Onderwerp : Maatregelen tegen Amsterdam, 12 Juli 1944.
schade door brand.
De Burgemeester ontving van de Directie van het Gemeente Energiebedrijf het navolgende schrijven :
"Door den heer R.C.W. Eisses, leider van den luchtbeschermingsdienst aan Centrale Noord, die door onze Directie werd aangewezen een cursus bij te wonen te Groesbeek voor luchtbeschermingsleiders, werd ons het volgende gerapporteerd :
a. Bij de verwoesting van een kantorencomplex door brand bleek, dat de bescheiden in een brandkast, waarin toevalligerwijze een sinaasappel geborgen was, vrijwel onbeschadigd waren gebleven, terwijl die in de overige brandkasten geheel verkoolden. Men plaatse daarom in dergelijke bergruimten en ook in safes bakjes met water, opdat door de verdamping hiervan de inwendige temperatuur geen schadelijke hoogte bereikt.
b. De schrijfmachines moeten bij bedrijfssluiting onder de bureaux geborgen worden, indien hiervoor geen veiliger ruimten aanwezig zijn. De practijk leerde, dat hierdoor bij catastrophes een aantal van deze toestellen behouden kon blijven.
Wij hebben in deze aanwijzingen aanleiding gevonden ten aanzien van de eigendommen in onze kantoren de in de hiervoren genoemde punten beschreven maatregelen toe te passen.
Wij meenen goed te doen U hiervan in kennis te stellen, opdat U wellicht kunt overwegen voor de gemeentehuishouding een zelfden maatregel voor te schrijven."
Z.O.Z.
Aan Heeren Hoofden van Diensten,
Bedrijven en Administratien en
Chefs van Afdeelingen ter
Gemeentesecretarie. Dit document is een ambtelijke mededeling waarin twee specifieke, tamelijk pragmatische brandpreventiemaatregelen worden geadviseerd voor gemeentelijke kantoren.
De eerste maatregel (a) is opmerkelijk: het plaatsen van bakjes water in brandkasten. De aanleiding hiervoor is een observatie waarbij een vergeten sinaasappel in een kluis de inhoud zou hebben gered door verdamping, wat de binnentemperatuur laag hield terwijl andere kluizen uitbrandden. Dit duidt op een tijd waarin brandkasten nog niet standaard over geavanceerde hitteschilden beschikten.
De tweede maatregel (b) adviseert om schrijfmachines 's avonds onder de bureaus te plaatsen. Dit suggereert dat bureaus bij instortingen of branden een zekere mate van bescherming boden tegen vallend puin of directe vlammen, waardoor kostbare kantoorapparatuur behouden bleef.
Het taalgebruik is formeel-administratief ("bescheiden" voor documenten, "geborgen", "gemeentehuishouding") en hanteert de destijds gebruikelijke spelling. Het document dateert van juli 1944, een kritieke fase in de Tweede Wereldoorlog. Nederland was bezet en de dreiging van geallieerde bombardementen en de daarmee gepaard gaande branden was zeer reëel. De stad Amsterdam moest zich voorbereiden op mogelijke "catastrophes".
De genoemde "Luchtbeschermingsdienst" (LBD) speelde een centrale rol in het beperken van schade tijdens luchtaanvallen. De cursussen in Groesbeek waren bedoeld om leidinggevenden te trainen in rampsituaties.
Schrijfmachines waren in die tijd cruciale en dure hulpmiddelen voor de bureaucratie, en door de oorlogssituatie was vervanging lastig of onmogelijk. Dit verklaart de specifieke aandacht voor het veiligstellen van deze apparaten. De tekst illustreert hoe de overheid in oorlogstijd probeerde met eenvoudige, soms geïmproviseerde middelen (zoals waterbakjes) de continuïteit van de administratie te waarborgen.