Archief 745
Inventaris 745-419
Pagina 64
Dossier 2A
Jaar 1944
Stadsarchief

Ambtelijk schrijven / Doorslag van een brief.

27 juli 1944. Van: Vermoedelijk de Wethouder van Markten of een hoge gemeentelijke functionaris (gezien de stempel "Markten" en de inhoud over gemeentebelangen). Dossier: 1/26/1, 3790/128

Origineel

Ambtelijk schrijven / Doorslag van een brief. 27 juli 1944. Vermoedelijk de Wethouder van Markten of een hoge gemeentelijke functionaris (gezien de stempel "Markten" en de inhoud over gemeentebelangen). [Stempel linksboven: Nº 1/26/1 M. 1944 31/7]
[Handgeschreven rood: ... Markten]

I den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij,
II den Directeur-Generaal voor de Voedselvoorziening te 's-Gravenhage.

L.M. 1079/43 [Tab] 27 Juli 1944.

Inlevering van oogst op z.g. contractgronden.

Onder verwijzing naar mijn schrijven d.d. 11 Juli 1944 No. 3790/128 S.I. veroorloof ik mij nogmaals terug te komen op de bestemming van de producten van de z.g. contractgronden. Ik herinnerde U in dit schrijven aan de circulaire van den Secretaris Generaal van Binnenlandsche Zaken van 15 December 1943, No. V 23851 afd. BB waarin er met klem bij de Gemeentebesturen op aangedrongen werd, de wenschelijkheid van aanvulling van de groente-voorziening onder de oogen te zien. In het bijzonder vestigde ik Uw aandacht op punt 7 van deze circulaire, luidende: "De verkregen oogst (op de z.g. contractgronden) blijft geheel ter beschikking van de Gemeente, welke heeft zorg te dragen, dat de producten aan de ingezetenen ten goede komen", een gedachtengang, waarvan blijkbaar ook uitgegaan werd bij de bevordering van de exploitatie van bedrijfstuinen, welker opbrengst geheel ten goede zou komen aan de personeelen van de bedrijven.

Ik heb mitsdien mijn ernstige bezwaren bij U kenbaar gemaakt tegen de beslissing, dat de vroege aardappelen, afkomstig van de contractgronden, bij het kantoor van de Vebena moest worden aangemeld; ik wensch eveneens ernstig op te komen tegen het voorschrift, dat de erwten, die te velde blijven staan, ingeleverd moeten worden bij de Pika. Deze voorschriften zijn in strijd met de bovenaangehaalde voorwaarden, op grond waarvan door mij gaarne besloten werd om volledige medewerking te verleenen aan de teelt van groente en aardappelen op z.g. contractgronden.

Doch bepaald schrijnend is het verschil in behandeling van Gemeenten en bedrijven in dezen. Het is mij dezer dagen gebleken, dat in totaal ± 250 man van de personeelen van de Nederlandsche Scheepsbouw Mij en de Nederlandsche Indische Handelsbank gelegenheid hadden gedurende één week in de bedrijfstuinen te oogsten; de geheele opbrengst kwam ten goede aan de bedrijven en kon het personeel boven de bestaande rantsoenen ter beschikking worden gesteld.

Ik moet hierbij constateeren, dat niet alleen de toezegging aan de bedrijven gehonoreerd wordt en niet die aan de Gemeente, doch bovendien, dat de personeelen van deze bedrijven hiervan in bijzondere mate profiteeren, omdat zij extra levensmiddelen krijgen, die het gemeentepersoneel niet zal kunnen ontvangen, waardoor dit laatste personeel opnieuw in een ongunstige positie komt te verkeeren.

--- * Kern van het geschil: De briefschrijver protesteert tegen de centrale vordering van voedsel dat op gemeentelijke "contractgronden" is verbouwd. Volgens een eerdere richtlijn uit 1943 had de gemeente de belofte gekregen dat deze oogst (aardappelen en erwten) voor de eigen inwoners bestemd mocht blijven.
* Bureaucracy: Er wordt verwezen naar de Vebena (Verkoopbureau voor Groenten en Fruit) en de Pika (Peulvruchten-, Inmaak- en Koelhuizen Administratie), de centrale distributieorganen tijdens de bezetting.
* Ongelijkheid: De schrijver kaart een sociaal onrecht aan: werknemers van grote bedrijven zoals de Nederlandsche Scheepsbouw Mij (NSM) en de Nederlandsche Indische Handelsbank mogen hun eigen oogst houden als extraatje bovenop het rantsoen, terwijl het gemeentepersoneel en de burgers dit recht ontzegd wordt.
* Toon: De toon is formeel maar dringend ("ernstige bezwaren", "bepaald schrijnend"). Het document ademt de spanning van de toenemende voedselschaarste in de zomer van 1944.

--- Dit document stamt uit de late fase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (juli 1944). In deze periode was de voedselvoorziening een kritiek punt van conflict tussen lokaal bestuur en de centrale (onder Duits toezicht staande) departementen.

Om de honger te bestrijden, werden overal in en rond steden "contractgronden" en "bedrijfstuinen" aangelegd (vaak op braakliggend terrein of in parken). De afspraak was aanvankelijk dat de opbrengst lokaal mocht blijven om de rantsoenen aan te vullen. Naarmate de tekorten groter werden, probeerde de centrale overheid deze voorraden echter steeds vaker op te eisen voor algemene distributie.

De brief illustreert de frustratie van lokale overheden die probeerden hun eigen bevolking en personeel te beschermen tegen de honger, die enkele maanden later zou uitmonden in de Hongerwinter. De genoemde bedrijven (NSM en de Indische Handelsbank) waren destijds prominente werkgevers die blijkbaar over voldoende invloed of middelen beschikten om gunstigere voorwaarden voor hun personeel te bedingen dan de gemeente. I. De

Samenvatting

  • Kern van het geschil: De briefschrijver protesteert tegen de centrale vordering van voedsel dat op gemeentelijke "contractgronden" is verbouwd. Volgens een eerdere richtlijn uit 1943 had de gemeente de belofte gekregen dat deze oogst (aardappelen en erwten) voor de eigen inwoners bestemd mocht blijven.
  • Bureaucracy: Er wordt verwezen naar de Vebena (Verkoopbureau voor Groenten en Fruit) en de Pika (Peulvruchten-, Inmaak- en Koelhuizen Administratie), de centrale distributieorganen tijdens de bezetting.
  • Ongelijkheid: De schrijver kaart een sociaal onrecht aan: werknemers van grote bedrijven zoals de Nederlandsche Scheepsbouw Mij (NSM) en de Nederlandsche Indische Handelsbank mogen hun eigen oogst houden als extraatje bovenop het rantsoen, terwijl het gemeentepersoneel en de burgers dit recht ontzegd wordt.
  • Toon: De toon is formeel maar dringend ("ernstige bezwaren", "bepaald schrijnend"). Het document ademt de spanning van de toenemende voedselschaarste in de zomer van 1944.

Historische Context

Dit document stamt uit de late fase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (juli 1944). In deze periode was de voedselvoorziening een kritiek punt van conflict tussen lokaal bestuur en de centrale (onder Duits toezicht staande) departementen.

Om de honger te bestrijden, werden overal in en rond steden "contractgronden" en "bedrijfstuinen" aangelegd (vaak op braakliggend terrein of in parken). De afspraak was aanvankelijk dat de opbrengst lokaal mocht blijven om de rantsoenen aan te vullen. Naarmate de tekorten groter werden, probeerde de centrale overheid deze voorraden echter steeds vaker op te eisen voor algemene distributie.

De brief illustreert de frustratie van lokale overheden die probeerden hun eigen bevolking en personeel te beschermen tegen de honger, die enkele maanden later zou uitmonden in de Hongerwinter. De genoemde bedrijven (NSM en de Indische Handelsbank) waren destijds prominente werkgevers die blijkbaar over voldoende invloed of middelen beschikten om gunstigere voorwaarden voor hun personeel te bedingen dan de gemeente.

Genoemde Personen 1

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Erwten A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Huishoudelijk: Pan Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6