Ambtelijke brief/rapportage (getypt).
Origineel
Ambtelijke brief/rapportage (getypt). 14 juni 1944. De Directeur (vermoedelijk van een distributie- of voedselvoorzieningsinstantie). De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte). 2a/1/33M. 14 Juni 1944. SV.
Den Heer Burgemeester
van Amsterdam,
Raadhuis,
A l h i e r.
===========
Naar aanleiding van den brief van
Uw Secretaris d.d. 2 April 1942 (no.P.S.B.)
en ten vervolge op mijn brief d.d. 7 Juni
1944 (no.2a/1/33M.) heb ik de eer U onder-
staand opgave te doen toekomen van den
aardappelvoorraad te Amsterdam op 3 Juni
1944; de aflevering aan kleinhandel en in-
stellingen in deze week en de boekvoor-
raad op 10 Juni 1944.
De Directeur,
Voorraad op 3 Juni 1944: 29.386 hl
Aanvoer week 5/6-10/6'44: 49.285 hl
---------
78.671 hl
Aflevering week 5/6-10/6'44: 58.271 hl
Voorraad op 10 Juni 1944 ---------
des avonds: 20.400 hl
========= Dit document is een formele kwantitatieve rapportage over de aardappelvoorziening in de gemeente Amsterdam. De directeur van de betreffende dienst rapporteert aan de burgemeester de mutaties in de voorraad over de week van 5 tot 10 juni 1944.
De berekening is als volgt:
* Beginvoorraad (3 juni): 29.386 hectoliter (hl)
* Nieuwe aanvoer: 49.285 hl
* Totaal beschikbaar: 78.671 hl
* Aflevering (consumptie): 58.271 hl
* Eindvoorraad (10 juni): 20.400 hl
Opvallend is dat de voorraad in één week tijd met bijna 10.000 hl is afgenomen, ondanks een forse aanvoer. Dit duidt op een hoge consumptiedruk of noodzaak tot snelle distributie. De spelling is conform de toen geldende ambtelijke normen (bijv. "den brief", "aardappelvoorraad"). De datum van het document, 14 juni 1944, plaatst dit schrijven in een cruciale fase van de Tweede Wereldoorlog. Het is slechts acht dagen na D-Day (de geallieerde invasie in Normandië). Hoewel Nederland nog bezet is, nam de spanning over de voedselvoorziening toe.
Aardappelen vormden het belangrijkste volksvoedsel. De nauwkeurige, wekelijkse administratie in hectoliters was essentieel voor het distributiestelsel om hongersnood te voorkomen en de zwarte markt te beheersen. Amsterdam stond in deze periode onder het gezag van een door de bezetter benoemde burgemeester, maar de ambtelijke molen voor de voedselvoorziening bleef functioneren volgens strikte procedures. Dit document gaat vooraf aan de beruchte Hongerwinter (1944-1945), waarin deze voorraden volledig zouden uitgeput raken.