Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen. 7 juni 1944. De Directeur (vermoedelijk van een distributiedienst of voedselvoorziening). De Burgemeester van Amsterdam. [Links boven:]
2a/1/32M.
[Midden boven, handgeschreven:]
Verzonden 7/6 Wlm
Av.D
[Rechts boven:]
7 Juni 1944. SV.
[Adresblok:]
Den Heer Burgemeester
van Amsterdam,
Raadhuis,
A l h i e r.
=============
[Inhoud:]
Naar aanleiding van den brief van Uw Secretaris d.d. 2 April 1942 (no.P.S.B.) en ten vervolge op mijn brief d.d. 31 Mei 1944 (no.2a/1/31M.) heb ik de eer U onderstaand opgave te doen toekomen van den aardappelvoorraad te Amsterdam op 27 Mei 1944; de aflevering aan kleinhandel en instellingen in deze week en de boekvoorraad op 3 Juni 1944.
De Directeur,
[Tabel met cijfers:]
Voorraad op 27 Mei 1944: 56.686 hl
Aanvoer week 29/5 - 3/6'44: 26.714 hl
---------
83.400 hl
Aflevering week 29/5 -
3/6'44: 54.014 hl
---------
Voorraad op 3 Juni 1944
des avonds: 29.386 hl
=========
[Onderaan, handgeschreven:]
terrein Coenhavens: ± 50000 hl. * Inhoud: Het document is een wekelijkse rapportage over de aardappelvoorraden in Amsterdam. Het geeft inzicht in de logistiek van de voedselvoorziening: beginvoorraad, nieuwe aanvoer, totale consumptie/levering en de resterende voorraad.
* Eenheden: De hoeveelheden worden uitgedrukt in hectoliters (hl).
* Cijfers: In de week van 29 mei tot 3 juni 1944 werd er fors meer geleverd (54.014 hl) dan er werd aangevoerd (26.714 hl), waardoor de voorraad in één week tijd bijna halveerde.
* Handgeschreven toevoeging: De opmerking onderaan is cruciaal. Naast de officiële "boekvoorraad" van bijna 30.000 hl, lag er blijkbaar nog een aanzienlijke reserve van circa 50.000 hl op het terrein van de Coenhavens. Dit document dateert van 7 juni 1944, de dag na D-Day (de geallieerde landing in Normandië). Hoewel de oorlog zijn beslissende fase inging, draaide de ambtelijke molen in het bezette Nederland nog volop door. Voedselvoorziening was op dat moment een kritieke taak van het gemeentebestuur.
De schaarste nam toe en de distributie van aardappelen — het volksvoedsel bij uitstek — werd streng gecontroleerd om hongersnood te voorkomen en zwarte handel tegen te gaan. De burgemeester van Amsterdam was in deze periode de door de bezetter aangestelde Edward Voûte. De rapportage toont aan hoe nauwgezet de voorraden werden bijgehouden in een poging de stad bevoorraad te houden in de laatste, zware oorlogsjaren.