Getypte brief (doorslag) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag) met handgeschreven kanttekeningen. 29 maart 1944. De Directeur (vermoedelijk van de Amsterdamse tak van het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening of de Gemeentelijke Markt- en Havenwezen). Den Heer Burgemeester van Amsterdam (destijds Edward Voûte). [Handgeschreven bovenin:]
Verzonden 29/3
A.v.D
wem
[Getypte tekst:]
2a/1/20M. 29 Maart 1944. SV.
Den Heer Burgemeester
van Amsterdam,
Raadhuis,
A l h i e r.
============
Naar aanleiding van den brief van Uw Secretaris d.d. 2 April 1942 (no.P.S.B.) en ten vervolge op mijn brief d.d. 22 Maart 1944 (no.2a/1/19M.) heb ik de eer U onderstaand opgave te doen toekomen van den aardappelvoorraad te Amsterdam op 18 Maart 1944, de aflevering aan kleinhandel en instellingen in deze week en de boekvoorraad op 25 Maart 1944.
De Directeur,
Voorraad op 18 Maart 1944: 318.871 hl
Aanvoer week 20/3 - 25/3'44: 22.515 hl
----------
341.386 hl
Aflevering 20/3 - 25/3'44: 64.786 hl
Voorraad op 25 Maart 1944 des 276.600 hl
avonds: ========== * Kwantitatieve gegevens: De brief geeft een exact overzicht van de aardappelvoorraad in hectoliters (hl). In de week van 20 tot 25 maart 1944 was de afname (64.786 hl) bijna drie keer zo groot als de aanvoer (22.515 hl).
* Voorraadpositie: De totale voorraad nam in één week tijd af van ruim 318.000 hl naar 276.600 hl. Bij een gelijkblijvende consumptie en aanvoer zou de resterende voorraad nog voor ongeveer vier tot vijf weken toereikend zijn.
* Administratie: De verwijzing naar een brief uit 1942 (P.S.B. - waarschijnlijk Politie en Secretariaatszaken, Bureau) wijst op een langlopende, gestructureerde rapportageplicht over voedselvoorraden aan de burgemeester.
* Annotaties: De handgeschreven initialen "A.v.D" en "wem" bovenin duiden op de administratieve verwerking door ambtenaren (mogelijk 'Afdeling voor Distributie' of specifieke referendarissen). Dit document stamt uit de late fase van de Duitse bezetting van Nederland (Tweede Wereldoorlog). In het voorjaar van 1944 was de voedselvoorziening in de grote steden een cruciaal en precair punt voor het gemeentebestuur. Hoewel de beruchte 'Hongerwinter' pas eind 1944 zou beginnen, was de schaarste in maart 1944 al tastbaar.
De burgemeester van Amsterdam, de pro-Duitse Edward Voûte, hield nauwgezet toezicht op de voorraden van basisbehoeften zoals aardappelen om onrust onder de bevolking te voorkomen en de distributie onder controle te houden. Het feit dat de afname de aanvoer zo ver overtrof, was een voorbode van de ernstige tekorten die later dat jaar tot een catastrofe zouden leiden nadat de spoorwegstaking en de Duitse blokkades de aanvoer naar het westen van Nederland volledig afsneden.