Administratieve brief / Voorraadrapportage.
Origineel
Administratieve brief / Voorraadrapportage. 5 oktober 1943. Onbekend (ondertekend door "De Directeur", vermoedelijk van de Dienst van de Voedselvoorziening). [Handgeschreven in paarse inkt, bovenaan:]
Verzonden 5/10
Wem
AV.D
2a/3/40 M. 5 October 1943. SV.
Den Heer Burgemeester
van Amsterdam,
Raadhuis,
A l h i e r.
==============
Naar aanleiding van den brief
van Uw Secretaris d.d. 2 April 1942
(no.P.S.B.) en ten vervolge op mijn
brief d.d. 28 September 1943 (no.2a/3/39M)
heb ik de eer U onderstaand opgave te
doen toekomen van den aardappelvoorraad
te Amsterdam op 25 September 1943; de
aanvoer in de week van 27 September tot
en met 2 October; de aflevering aan klein-
handel en instellingen in deze week en
de boekvoorraad op 2 October 1943.
De Directeur,
Voorraad op 25 September 1943: 134.904 hl
Aanvoer week 27/9 -
2/10/1943: 60.390 hl
----------
195.294 hl
Aflevering week 27/ -
2/10/1943: 64.329 hl
----------
Voorraad op 2 October 1943
des avonds: 130.965 hl
========== Dit document is een typisch voorbeeld van de bureaucratische nauwgezetheid waarmee de voedseldistributie in oorlogstijd werd beheerd. De brief rapporteert de exacte bewegingen van de aardappelvoorraad in Amsterdam gedurende één week in het najaar van 1943.
De hoeveelheden zijn uitgedrukt in hectoliters (hl). De berekening toont aan dat de consumptie (aflevering aan kleinhandel en instellingen: 64.329 hl) in die week groter was dan de aanvoer (60.390 hl), waardoor de totale voorraad licht daalde van ongeveer 135.000 hl naar 131.000 hl. Dergelijke cijfers waren cruciaal voor het stadsbestuur om de houdbaarheid van de rantsoenen in te schatten.
De verwijzing naar een brief van de secretaris uit 1942 (no.P.S.B.) suggereert dat deze wekelijkse rapportageplicht al geruime tijd bestond als onderdeel van een vastgesteld monitoringsysteem. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was de voedselvoorziening een zaak van leven of dood, zeker in grote steden als Amsterdam. Aardappelen waren het belangrijkste basisvoedsel. De distributie werd centraal aangestuurd via een complex systeem van bonnen en toewijzingen om te voorkomen dat voorraden voortijdig uitgeput raakten of in het zwarte circuit verdwenen.
In oktober 1943, het moment van schrijven, was de voedselsituatie nog relatief stabiel vergeleken met de catastrofale Hongerwinter die een jaar later zou volgen. Toch was de spanning over de wintervoorraden al voelbaar. De burgemeester aan wie de brief gericht is, Edward Voûte, was door de bezetter aangesteld. De administratieve precisie in dit document weerspiegelt de totale controle die de overheid (onder toezicht van de bezetter) probeerde uit te oefenen op de primaire levensbehoeften van de bevolking.