Ambtsbrief / Statistische opgave.
Origineel
Ambtsbrief / Statistische opgave. 16 september 1942. De Directeur (waarschijnlijk van de Gemeentelijke Dienst voor de Voedselvoorziening of een vergelijkbare instantie). [Handgeschreven rechtsboven:]
A.U.D.
w.e.m.
HB.
[Handgeschreven middenboven:]
Verzonden 16/9
den Heer Burgemeester van Amsterdam,
Raadhuis,
A l h i e r .
2A/14/25 M. 16 September 1942.
Naar aanleiding van den brief van Uw Secretaris d.d. 2 April j.l.( No.P.S.B.) en ten vervolge op mijn brief d.d. 9 September(No.2A/14/24 M.) heb ik de eer U onderstaand een opgave te doen toekomen van den aardappelvoorraad te Amsterdam op 5 September j.l. de aanvoer in de week van 7 tot en met 12 September; de aflevering aan kleinhandel en instellingen in deze week en de boekvoorraad op 12 September j.l. des avonds.
De Directeur,
Voorraad op 5 September 1942: 43.886 hl.
Aanvoer week 7 - 12 September 1942: 55.017 "
98.903 hl.
Aflevering week 7 - 12 September 1942: 64.004 "
Voorraad op 12 September 1942 des avonds: 34.899 hl.
========= Dit document is een ambtelijke rapportage over de logistiek van de basisvoedselvoorziening in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De tekst is zakelijk en volgt een strikte bureaucratische structuur.
De kern van het document is de rekenkundige verantwoording van de aardappelvoorraad:
1. Beginsaldo (5 sept): 43.886 hl.
2. Aanvoer: + 55.017 hl.
3. Totaal beschikbaar: 98.903 hl.
4. Aflevering (consumptie/distributie): - 64.004 hl.
5. Eindsaldo (12 sept): 34.899 hl.
De eenheid "hl" staat voor hectoliter. Opvallend is dat de voorraad in die specifieke week met bijna 9.000 hl is gedaald, wat kan duiden op een hogere consumptie of een stokkende aanvoer. Het document dateert van september 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening een kritieke en streng gereguleerde aangelegenheid. Amsterdam stond onder toezicht van een door de bezetter benoemde burgemeester (Edward Voûte).
Omdat veel voedsel naar Duitsland werd geëxporteerd en de eigen productie onder druk stond, was distributie via de bonnenkaart essentieel om hongersnood te voorkomen. Documenten als deze waren cruciaal voor de gemeente om de grip op de voorraden te behouden en verantwoording af te leggen aan zowel de lokale bevolking (via de rantsoenen) als de bezettingsautoriteiten. De vermelding van "instellingen" verwijst naar ziekenhuizen, weeshuizen en andere collectieve zorginstellingen die buiten de reguliere kleinhandel om werden bevoorraad.