Archief 745
Inventaris 745-420
Pagina 246
Dossier 2A
Jaar 1944
Stadsarchief

Getypt rapport/ambtelijk schrijven (waarschijnlijk een kopie of doorslag).

Onbekend, maar de tekst verwijst naar gebeurtenissen op "13 Januari j.l.". Gezien het taalgebruik en de spelling waarschijnlijk midden 20e eeuw (voor 1947, gezien de spelling van "pakhuisen" en "stroo"). Van: De Directeur P.W. (mogelijk Provinciale Waterstaat).

Origineel

Getypt rapport/ambtelijk schrijven (waarschijnlijk een kopie of doorslag). Onbekend, maar de tekst verwijst naar gebeurtenissen op "13 Januari j.l.". Gezien het taalgebruik en de spelling waarschijnlijk midden 20e eeuw (voor 1947, gezien de spelling van "pakhuisen" en "stroo"). De Directeur P.W. (mogelijk Provinciale Waterstaat). aardappelpakhuisen niet zijn gebruikt op een wijze, welke overeenstemt met de bouwwijze en het algemeen gebruik.

Deze conclusie vindt nog naderen steun in de volgende gegevens.

  1. Voor den bouw van de aardappelpakhuisen is in de eerste instantie het advies ingewonnen van voorlichtingsdienst van de Landbouwkundige Hoogeschool te Wageningen. Een en ander heeft ertoe geleid, dat de pakhuisen, onder toepassing van enkele detailverbeteringen, zijn uitgevoerd overeenkomstig die, welke bij de boeren in den omtrek in gebruik zijn.

  2. De Heer Troost, zelf aardappelboer, die gedurende de totstandkoming van de pakhuisen als raadgever van den Heer Van Es van de Plaatselijke V.B.N.A. fungeerde, heeft o.m. tegen verschillende ambtenaren van mijn Dienst als zijn meening te kennen gegeven, dat in de pakhuisen, zooals zij door mijn Dienst zijn gebouwd, een vorstvrije opslag gewaarborgd was. Een extra-afdichting van matrassen tusschen de dubbele deuren, waarvoor de materialen aanwezig waren, achtte hij volkomen overbodig.

  3. Het is mijn Dienst bekend, dat de Heer Jongejans, contrôleur van de V.B.N.A., tijdens het vullen van de pakhuisen heeft medegedeeld, dat ondanks het stroodak en de geïsoleerde wanden de aardappelen ter voorkoming van bevriezen, in ieder geval moesten worden afgedekt met een laag stroo.

  4. Op 13 Januari j.l. heeft een deskundige van de V.B.N.A., (de Heer De Greef), aan een opzichter van Dienst, welke toevallig ter plaatse aanwezig was, verklaard, dat ondanks den opslag in goed geïsoleerde aardappelhutten de aardappelen bij het intreden van vorst onmiddellijk moeten worden afgedekt met carton of dekzeilen, teneinde de warmte in de massa vast te houden. Een laag stroo achtte hij daartoe onvoldoende. Terloops zij nog de opmerking van den Heer De Greef vermeld, dat hij het volkomen foutief achtte, dat ondanks het feit, dat op dit oogenblik de buitentemperatuur meerdere graden boven het vriespunt was, de luiken van de jalouzie-deuren van enkele pakhuisen nog gesloten waren. Hij constateerde, dat aan de aardappelen loten, ter lengte van $\pm$ 10 cm, voorkwamen.

  5. Volgens aan mijn Dienst verstrekte inlichtingen zijn de kleppen in de ventilatiekokers gedurende de vorstperiode gesloten geweest. Het blijft voor mij echter een vraag, of deze kleppen reeds vanaf de eerste vorstnacht gesloten zijn geworden.

Resumeerend wil ik als mijn meening te kennen geven, dat het voor een veiligen opslag van aardappelen gedurende den winter niet voldoende is om over goed gebouwde aardappelpakhuisen (hutten) te beschikken, maar dat het bij een dergelijke wijze van opslag er in het bijzonder op aankomt, dat de aardappelen nauwlettend onder controle worden gehouden en dat steeds tijdig die voorzorgsmaatregelen worden getroffen, waartoe de omstandigheden (buitentemperatuur e.d.) aanleiding geven.

De Directeur P.W., * Taal en spelling: Het document hanteert de oude spelling (vóór de hervorming van 1947), herkenbaar aan woorden als "pakhuisen" (tegenwoordig pakhuizen), "stroo", "oogenblik", "den winter" en de naamvallen ("voor den bouw").
* Inhoud: Het document is een verdediging van de technische constructie van de gebouwde opslagplaatsen. De auteur (de Directeur) voert verschillende experts en getuigenissen aan om aan te tonen dat de pakhuizen naar behoren zijn gebouwd volgens de adviezen van Wageningen.
* Kern van het geschil: Er is blijkbaar schade aan de aardappelen ontstaan (bevriezing of ongewenste kiemvorming/loten). De directeur stelt dat de schuld niet ligt bij de constructie, maar bij het beheer (het niet tijdig afdekken van de aardappelen en het onjuist bedienen van ventilatieluiken en kleppen).
* Argumentatie: De tekst is gestructureerd in vijf genummerde punten die elk een specifiek bewijs of getuigenis leveren ter ondersteuning van de conclusie dat menselijk handelen de doorslaggevende factor was. Dit document past in de context van de naoorlogse of vroege 20e-eeuwse Nederlandse landbouwgeschiedenis, waarbij de overgang van kleinschalige bewaring in "aardappelhutten" of "kuilen" naar meer permanente, collectieve pakhuisopslag plaatsvond. De betrokkenheid van de Landbouwkundige Hoogeschool te Wageningen en de V.B.N.A. onderstreept de wetenschappelijke en branche-brede inspanningen om de voedselvoorziening en de kwaliteit van de aardappelteelt te optimaliseren. Het spanningsveld tussen de technische specificaties van een gebouw en de praktische uitvoering door het personeel ter plaatse is hier duidelijk zichtbaar.

Samenvatting

  • Taal en spelling: Het document hanteert de oude spelling (vóór de hervorming van 1947), herkenbaar aan woorden als "pakhuisen" (tegenwoordig pakhuizen), "stroo", "oogenblik", "den winter" en de naamvallen ("voor den bouw").
  • Inhoud: Het document is een verdediging van de technische constructie van de gebouwde opslagplaatsen. De auteur (de Directeur) voert verschillende experts en getuigenissen aan om aan te tonen dat de pakhuizen naar behoren zijn gebouwd volgens de adviezen van Wageningen.
  • Kern van het geschil: Er is blijkbaar schade aan de aardappelen ontstaan (bevriezing of ongewenste kiemvorming/loten). De directeur stelt dat de schuld niet ligt bij de constructie, maar bij het beheer (het niet tijdig afdekken van de aardappelen en het onjuist bedienen van ventilatieluiken en kleppen).
  • Argumentatie: De tekst is gestructureerd in vijf genummerde punten die elk een specifiek bewijs of getuigenis leveren ter ondersteuning van de conclusie dat menselijk handelen de doorslaggevende factor was.

Historische Context

Dit document past in de context van de naoorlogse of vroege 20e-eeuwse Nederlandse landbouwgeschiedenis, waarbij de overgang van kleinschalige bewaring in "aardappelhutten" of "kuilen" naar meer permanente, collectieve pakhuisopslag plaatsvond. De betrokkenheid van de Landbouwkundige Hoogeschool te Wageningen en de V.B.N.A. onderstreept de wetenschappelijke en branche-brede inspanningen om de voedselvoorziening en de kwaliteit van de aardappelteelt te optimaliseren. Het spanningsveld tussen de technische specificaties van een gebouw en de praktische uitvoering door het personeel ter plaatse is hier duidelijk zichtbaar.

Kooplieden in dit dossier 12

Aanvoer week 10-15/4 1944:
P.S. Adres Zwanenburgwal
Aflevering week 10-15/4 1944:
Bruseker A.M.R. Waterlooplein 5
Komkommers, kropsla, radys en tomaten Waterlooplein 9 %
Komkommers, kropsla, radys en tomaten Waterlooplein 10 %
Komkommers, kropsla, radys en tomaten Waterlooplein 10 %
Voorraad op 15 April 1944 des avonds:
Voorraad op 8 April 1944:

Gerelateerde Documenten 6