Dienstbrief (kennisgeving van doorzending).
Origineel
Dienstbrief (kennisgeving van doorzending). 7 maart 1944. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke instelling in Amsterdam). De Directrice van het Janna-kinderhuis, Middenweg 132, Amsterdam-Oost. [Handgeschreven in paars bovenin:]
Verzonden 7/3
2a/5/2M. SV.
7 Maart 1944.
Aan de Directrice van het
Janna-kinderhuis,
Middenweg 132
Amsterdam-Oost.
Hiermede bericht ik U, dat Uw
schrijven van 3 Maart 1944 ter verdere
behandeling is doorgezonden naar het
Verdeelkantoor, gevestigde op de Centrale
Markt, alhier.
De Directeur, Dit document is een formele bevestiging van de doorzending van een brief. De directrice van het Janna-kinderhuis had op 3 maart 1944 een schrijven gestuurd, dat nu door de betreffende directeur is doorgeleid naar het 'Verdeelkantoor' aan de Centrale Markt in Amsterdam.
De zakelijke en korte toon is typerend voor de bureaucratische correspondentie uit die tijd. Het gebruik van een verdeelkantoor wijst op zaken die te maken hebben met de distributie van goederen of levensmiddelen, wat in 1944 (midden in de bezettingstijd) van cruciaal belang was voor een instelling die zorg droeg voor kinderen. Het document dateert uit de Tweede Wereldoorlog, een periode van schaarste en strikte rantsoenering in Nederland. Het Janna-kinderhuis, gevestigd aan de Middenweg 132 in Amsterdam, was een opvangtehuis voor kinderen. Tijdens de bezetting kregen dergelijke instellingen te maken met complexe administratieve procedures om aanspraak te kunnen maken op extra toewijzingen van voedsel, brandstof of andere benodigdheden.
De Centrale Markt in Amsterdam-West fungeerde tijdens de oorlog als een belangrijk logistiek knooppunt voor de voedselvoorziening. Het hier genoemde Verdeelkantoor hield toezicht op de rechtmatige distributie van schaarse goederen onder de bevolking en instellingen. De brief illustreert hoe zelfs voor basale behoeften een uitgebreid bureaucratisch pad bewandeld moest worden via verschillende instanties.