Archief 745
Inventaris 745-420
Pagina 284
Dossier 76
Jaar 1944
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke notitie of verslag van een hoorzitting/verklaring.

10 juni 1944.

Origineel

Handgeschreven ambtelijke notitie of verslag van een hoorzitting/verklaring. 10 juni 1944. Donker gehoord d 10 Juni 44

Donker deelt dat Pieland wel toestem-
ming geeft van het pand hoek
Muiderstraat – Nieuwe Heerengracht.
Het pand ligt hoogstens 50 m. van
Rapenburgerstraat 134 waarvoor D. een
aanvraag heeft ingezonden, en blijft dit
naar zijn meening precies gelijk. Hij ziet
hierin derhalve een voortrekken van
van Rijn.

Van Rijn was vroeger in dienst bij Centraal
Beheer, bovendien is van Rijn kort voor
mei 1940 uit zaken gegaan en vindt
Donker het wel vreemd dat zoo iemand
nu nog vóór hem gaat.

Het motief van Pieland dat Donker op de
aangevraagde plaats niet zal slagen omdat de
bevolking (Joden) daar weggetrokken is, weerlegt
Donker met de bewering dat die verlaten
woningen thans succesievelijk weder door
andere bewoners worden ingenomen. Dit document is een verslag van een klacht ingediend door de heer Donker over de toewijzing van vastgoed tijdens de Duitse bezetting.

  1. Vermeende corruptie: Donker beschuldigt de functionaris Pieland van vriendjespolitiek ("voortrekken"). Hij begrijpt niet waarom Van Rijn, die al jaren uit het zakenleven was, de voorkeur krijgt voor een pand dat nagenoeg op dezelfde locatie ligt als het pand dat aan Donker is geweigerd.
  2. Economisch argument: Pieland heeft de aanvraag van Donker voor de Rapenburgerstraat 134 blijkbaar afgewezen met het argument dat er geen droog brood meer te verdienen valt, omdat de klantenkring verdwenen is.
  3. Eufemistisch taalgebruik: Het document is historisch saillant vanwege de passage: "omdat de bevolking (Joden) daar weggetrokken is". Dit is een kil, ambtelijk eufemisme voor de grootschalige deportaties naar de concentratie- en vernietigingskampen die in juni 1944 grotendeels waren voltooid.
  4. Herbezetting: Donker voert als tegenargument aan dat de wijk niet dood is, maar dat de "verlaten woningen" inmiddels weer door anderen worden bewoond. Dit verwijst naar de herhuisvesting van niet-Joodse Amsterdammers in de leeggehaalde Jodenbuurt. Het document dateert van vier dagen na D-Day (10 juni 1944). Terwijl het front in Normandië in beweging was, ging de bureaucratie van de bezetting in Nederland gewoon door.

De genoemde locaties (Rapenburgerstraat, Muiderstraat en Nieuwe Heerengracht) vormden het centrum van de Amsterdamse Joodse wijk. De panden die hier vrijkwamen, vielen onder het beheer van de bezetter (vaak via de Omnia-Treuhandgesellschaft of de Niederländische Grundstücksverwaltung). De inboedels van deze huizen werden vaak weggehaald door de firma Puls (het zogenaamde "Pulsen"), waarna de woningen en winkelpanden opnieuw werden uitgegeven. Dit document illustreert hoe burgers tijdens de oorlog streden om deze vrijgekomen "Arische" locaties, waarbij de tragiek van de oorspronkelijke bewoners tot een louter economische factor was gereduceerd. Donker (indiener/klager) Pieland (beslisser/functionaris) Van Rijn (begunstigde). Omnia Puls

Samenvatting

Dit document is een verslag van een klacht ingediend door de heer Donker over de toewijzing van vastgoed tijdens de Duitse bezetting.

  1. Vermeende corruptie: Donker beschuldigt de functionaris Pieland van vriendjespolitiek ("voortrekken"). Hij begrijpt niet waarom Van Rijn, die al jaren uit het zakenleven was, de voorkeur krijgt voor een pand dat nagenoeg op dezelfde locatie ligt als het pand dat aan Donker is geweigerd.
  2. Economisch argument: Pieland heeft de aanvraag van Donker voor de Rapenburgerstraat 134 blijkbaar afgewezen met het argument dat er geen droog brood meer te verdienen valt, omdat de klantenkring verdwenen is.
  3. Eufemistisch taalgebruik: Het document is historisch saillant vanwege de passage: "omdat de bevolking (Joden) daar weggetrokken is". Dit is een kil, ambtelijk eufemisme voor de grootschalige deportaties naar de concentratie- en vernietigingskampen die in juni 1944 grotendeels waren voltooid.
  4. Herbezetting: Donker voert als tegenargument aan dat de wijk niet dood is, maar dat de "verlaten woningen" inmiddels weer door anderen worden bewoond. Dit verwijst naar de herhuisvesting van niet-Joodse Amsterdammers in de leeggehaalde Jodenbuurt.

Historische Context

Het document dateert van vier dagen na D-Day (10 juni 1944). Terwijl het front in Normandië in beweging was, ging de bureaucratie van de bezetting in Nederland gewoon door.

De genoemde locaties (Rapenburgerstraat, Muiderstraat en Nieuwe Heerengracht) vormden het centrum van de Amsterdamse Joodse wijk. De panden die hier vrijkwamen, vielen onder het beheer van de bezetter (vaak via de Omnia-Treuhandgesellschaft of de Niederländische Grundstücksverwaltung). De inboedels van deze huizen werden vaak weggehaald door de firma Puls (het zogenaamde "Pulsen"), waarna de woningen en winkelpanden opnieuw werden uitgegeven. Dit document illustreert hoe burgers tijdens de oorlog streden om deze vrijgekomen "Arische" locaties, waarbij de tragiek van de oorspronkelijke bewoners tot een louter economische factor was gereduceerd.

Genoemde Personen 3

Locaties

Amsterdam (afgeleid uit de genoemde straatnamen in de Jodenbuurt).

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Huishoudelijk: Pan Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Rund Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen Razzia & Arrestatie

Organisaties

Omnia Puls

Kooplieden in dit dossier 12

Aanvoer week 10-15/4 1944:
P.S. Adres Zwanenburgwal
Aflevering week 10-15/4 1944:
Bruseker A.M.R. Waterlooplein 5
Komkommers, kropsla, radys en tomaten Waterlooplein 9 %
Komkommers, kropsla, radys en tomaten Waterlooplein 10 %
Komkommers, kropsla, radys en tomaten Waterlooplein 10 %
Voorraad op 15 April 1944 des avonds:
Voorraad op 8 April 1944:

Gerelateerde Documenten 6