Handgeschreven ambtelijke notitie of verslagfragment (onderdeel 'II' van een groter geheel).
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of verslagfragment (onderdeel 'II' van een groter geheel). II bevindende aardappelen- en groenten-
zaken en de grootendeels niet meer
aanwezig ~~[bevolking?]~~ bevolking, zoodanig, dat
aan Donker geen toestemming tot deze
verplaatsing van zijn zaak kan worden
verleend. zie III$^a$
De instantie, welke deze materie
behandelt is de stichting ten behoeve
van den Ned. Detailhandel in Aardappelen
en "Centraal Belang", Laan Copes van Catten-
burgh 92, Den Haag (plaatselijk kantoor
Amsterdam, J. v. Galenstraat 118). Het is
een semi-officieele instelling, waarop de
dienst Marktwezen geen ~~[enkele?]~~ directe De tekst is een ambtelijke rapportage betreffende een verzoek van een zekere heer 'Donker' om zijn aardappelen- en groentezaak te verplaatsen. Het verzoek wordt negatief beoordeeld omdat de bevolking in het betreffende gebied "grootendeels niet meer aanwezig" is, waardoor een levensvatbare exploitatie of de noodzaak voor een winkel ter plaatse is komen te vervallen.
De schrijver verduidelijkt de bureaucratische structuur: de beslissingsbevoegdheid ligt niet direct bij de gemeente, maar bij een "semi-officieele instelling": de Stichting ten behoeve van den Nederlandschen Detailhandel in Aardappelen en Centraal Belang. Deze stichting hield kantoor in Den Haag, met een Amsterdams filiaal aan de Jan van Galenstraat 118 (het terrein van de Centrale Markthal). De gemeentelijke 'Dienst Marktwezen' heeft volgens de tekst geen directe zeggenschap over dit specifieke beleid. De verwijzing naar een "niet meer aanwezige bevolking" in een stedelijke context (Amsterdam) in combinatie met de semi-overheidsregulering van de detailhandel, wijst sterk op de periode tijdens of vlak na de Tweede Wereldoorlog. In Amsterdam leidde de deportatie van de Joodse bevolking en de daaropvolgende leegstand in wijken als de Jodenbuurt tot ingrijpende wijzigingen in het winkelbestand.
De genoemde stichting was een typisch voorbeeld van de ordening van het bedrijfsleven die in de jaren '30 begon en tijdens de bezettingsjaren onder de naam 'bedrijfschappen' en aanverwante stichtingen werd geïntensiveerd om de distributie en vestigingswetten te handhaven. Het adres Jan van Galenstraat 118 fungeert tot op de dag van vandaag als het hart van de Amsterdamse voedselgroothandel.