Archiefdocument
Origineel
11 mei 1944 Mej. Th. Hofstee, Van Swindestraat 2e 61 oost, Amsterdam. Niet expliciet genoemd (gezien de context waarschijnlijk een distributie-instantie of de Prijsbeheersing). 11 Mei . 1944
Mijn heer
Zeer gaarne wil ik mijn grieven
aan u toe vertrouwen het gaat
namelijk over de Firma van Looijen
Dapperstraat Dinsdag 9 Mei kwam
er nieuwe groenten namelijk bloemkool
en toen werd er weereens op de blanke
kaart verkocht want het was de heele
week vrij verkoop geweest maar in plaats
op de oude kaart voort te gaan begon
van Looijen met de nieuwe blanke kaart
Bon 6 waardoor ik en nog anderen vrouwen
geen bloemkool kregen de oude kaart
loopt nog van 400 tot 667. Nu is mijn
vraag is dit ge oorlooft . want er staat
in de courant van 13 Mei begint de nieuwe
blanke kaart Bon 6 . het is niet de eerste
keer dat het zoo gaat want als er lof
of spruitje waren voor de winter werd
weer op nieuw begonnen met de
blanke kaart en de hooge nummers
kwamen dan niet aan de beurt. .
in afwachting . met uw
Hoog achtind noem ik mij
Mej Th. Hofstee . Van Swindestraat
2e 61 oost De brief is een formele klacht van een burger over de onrechtvaardige distributie van schaarse levensmiddelen. Mejuffrouw Hofstee klaagt dat de Firma van Looijen in de Dapperstraat (Amsterdam) de regels van het distributiesysteem overtreedt.
De kern van de klacht is dat de winkelier voortijdig is overgegaan op een nieuwe distributiebon (Bon 6 van de 'blanke kaart'), terwijl de oude reeks nog niet was afgewerkt. Hierdoor kregen mensen met "hoge nummers" op de oude kaart geen kans om bloemkool te kopen. De schrijfster benadrukt dat dit een terugkerend patroon is bij gewilde producten zoals witlof en spruitjes. Ze beroept zich op informatie uit de krant ("courant") om aan te tonen dat de winkelier de officiële data niet respecteert. Haar vraag "is dit ge oorlooft" is een verzoek aan de autoriteiten om in te grijpen tegen deze willekeur. Het document stamt uit mei 1944, de late fase van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselsituatie was in deze periode zeer precair en de distributie van goederen was aan strenge regels gebonden. Burgers waren volledig afhankelijk van hun distributiestamkaarten en bonnen.
Onregelmatigheden door winkeliers — of dat nu door eigenbelang, vriendjespolitiek of administratieve slordigheid kwam — leidden tot grote sociale onrust en woede onder de bevolking, die urenlang in de rij moest staan voor karige rantsoenen. De Dapperbuurt was een dichtbevolkte Amsterdamse volksbuurt waar dergelijke tekorten hard aankwamen. De rode aantekening 'Spoed!' op de brief suggereert dat de autoriteiten klachten over de voedselvoorziening in deze gespannen periode hoog opnamen om escalatie te voorkomen.