Brief (klachtenbrief over voedseldistributie)
Origineel
Brief (klachtenbrief over voedseldistributie) 19 mei 1944 Anoniem ("een klant van de winkelier Jansen") De Directeur (waarschijnlijk van de Prijsbeheersing of de Distributiedienst) [Rood potlood:] Anoniem
[Stempel:] Nº 2c/29/1 M.1944 20/5
Amsterdam 19 Mei 1944.
[Rood potlood:] n.i. Dir.
Geachte Directeur.
Ik kom mijn met een vriendelijk verzoek tot U wenden
aangaande de groenten verdeeling. de Heer Jansen Groen v. Prinsterer-
straat 61 gaf mijn Vrouw Dinsdag j.l. één komkommer voor een
gezin van 6 personen op mijn nummer die hij had aangeschreven
op zijn spiegelruit een gezin van 2 personen kreeg ook het zelfde
is dat juist?? ik geloof dat het tijd word dat deze winkelier er
eens op gewezen word van zijn onjuisten handelwijzen ik hoop dat
U deze zaak in het reine zult brengen en dat het de volgende
keer zulks niet meer zult voordoen want anders geeft de inlevering
van groenten bonnen ook niet veel. Bij voorbaat mijn hartlijken dank
Teeken ik een klant van de winkelier
Jansen.
[Rood potlood:]
Onderzoek Jansen Groen v. Pr. St.
22-5-44
[Paraaf]
[Rechtsonder in potlood:] 20 De brief is een direct bewijs van de spanningen rondom de voedseldistributie in het bezette Nederland. De schrijver beklaagt zich over een winkelier in de Groen van Prinstererstraat te Amsterdam die de rantsoenen ongelijk zou verdelen. Specifiek wordt genoemd dat een groot gezin (6 personen) evenveel groente (één komkommer) ontving als een klein gezin (2 personen). De toon is beleefd doch dringend; de schrijver wijst op de zinloosheid van het bonnensysteem als winkeliers de regels niet correct naleven. Uit de rode aantekeningen blijkt dat de klacht serieus werd genomen en dat er binnen drie dagen een onderzoek werd ingesteld naar de betreffende winkelier. Mei 1944 was een periode van toenemende schaarste in Nederland, kort voor de geallieerde invasie in Normandië. Het distributiesysteem was essentieel om de bevolking van de minimale behoeften te voorzien. Omdat voedsel schaars was, letten burgers scherp op elkaar en op de winkeliers. Onrechtvaardige verdeling werd in deze tijd van gebrek niet getolereerd en leidde vaak tot (anonieme) verklikkingsbrieven bij de autoriteiten. De brief illustreert de dagelijkse overlevingsstrijd en de bureaucratische controle op de voedselvoorziening tijdens de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog.