Proces-verbaal (afschrift).
Origineel
Proces-verbaal (afschrift). 15 juli 1944. DIENST VAN HET MARKTWEZEN
te
A M S T E R D A M
No. ........ / afschrift /
ONDERWERP:
Overtreding van art. 6 van het Prijsbeheerschingsbesluit juncto art. 1 van het Prijzenbeschikking 1941 Groenten, Fruit en vroege aardappelen en overtreding van art. 1 van het Prijsbeheersingsbesluit. [handgeschreven correctie: besluit]
Gepleegd door;
JAN FREDERIK HILLIGERS, geboren te Amsterdam, 7 Februari 1878, van beroep groentehandelaar en wonende te Amsterdam, Lindenstraat 6 te Amsterdam.
== P R O C E S V E R B A A L ==
Op Zaterdag, vijftien Juli 1900 vier en veertig, bevonden wij, Jan Hendrik de Grebber en Jacob Pieter Nicolaas Boom, beiden motenaar bij het Marktwezen, tevens onbezoldigd veldwachter der gemeente msterdam, ons in vermelde kwaliteit, voor het perceel Lindengracht no. 165 te msterdam. In het beneden gedeelte van dit perceel is een groentenwinkel gevestigd. Wij zagen aldaar, dat een manspersoon, die later de eigenaar van dien winkel bleek te zijn, een hoeveelheid bosuien afwoog en drie bosjes bosselderie en deze groenten aan een in dien winkel aanwezige vrouw afleverde. Wij zagen, dat de vrouw daarop aan den eigenaar eenig geld overhandigde. Toen bedoelde vrouw daarop den winkel verliet, hebben wij deze staande gehouden. Zij gaf ons desgevraagd op te zijn genaamd Mevr. Van der Horst, wonende Nw. Leliestraat 28, 2e etage te Amsterdam en verklaarde ons; "Ik heb zoojuist in dezen winkel 1 1/4 k.g. bosuien en 3 bosjes bosselderie gekocht en heb daarvoor F. 1,25 betaald."
Volgens Bekendmaking no. 105 van de Gemachtigde voor de Prijzen, bedroeg dien dag de maximum detaillistenprijzen voor bosuien F 0,10 per k.g. en voor bosselderie F 0,06 per bos. Voor de aan hierboven bedoelde vrouw afgeleverde groenten had dus hoogstens F 0,31 mogen worden berekend.
Mevr. Van der Horst voornoemd, is daarop met ons, verbalisanten, in dien winkel gegaan. Na weging bleek ons, dat de vrouw 1 1/4 k.g. bosuien had ontvangen. Wij hoorden hierover den hierboven bedoelden in den winkel aanwezigen manspersoon (eigenaar). Hij gaf ons, nadat wij ons behhoorlijk hadden gelegitimeerd, ons desgevraagd op te zijn genaamd:
-------------------Jan Frederik Hilligers,-------------------
geboren te Amsterdam, 7 Februari 1878, van beroep groentehandelaar, wonende te Amsterdam, Lindenstraat 6, Nederlander sedert geboorte en verklaarde ons: "Ik ben eigenaar van dezen groentenwinkel. Ik ben nog nimmer terzake eenig misdrijf veroordeeld. Ik ben georganiseerd bij de vakgroep Detailhandel in Groenten Fruit en Aardappelen onder no. 12593. Ik beken, dat ik zoo juist aan de door U aangewezen vrouw (wij verbalisanten, wijzen hem Mevr. Van der Horst aan) 1 1/4 k.g. bosuien en drie bosjes bosselderie tegen den prijs van F. 1,25 heb verkocht en afgeleverd. De maximum prijzen zijn mij niet bekend. Ik heb gisteren buiten de Centrale markt om, een kist bosuien gekocht tegen den prijs van F 0,50 per k.g."
Na onderzoek in den winkel troffen wij zes zakken doperwten à 10 k.g. aan. Volgens verklaring van Hilligers had hij deze doperwten eveneens buiten de Centrale Markt om gekocht tegen den prijs van F 2,50 per zak.
De in den winkel aanwezige groenten, kennelijk ten verkoop gereed gehouden, waren niet op duidelijke zicht- Dit document is een proces-verbaal uit de Tweede Wereldoorlog betreffende een economisch delict. De kern van de zaak is prijsopdrijving:
* De overtreding: De winkelier rekende f 1,25 voor groenten die volgens de wettelijke maximumprijzen slechts f 0,31 hadden mogen kosten. Dit is een overschrijding van meer dan 400%.
* De verklaring: Hilligers geeft toe dat hij de goederen te duur heeft verkocht, maar voert aan dat hij de maximumprijzen niet kende. Bovendien bekent hij dat hij zijn voorraad (bosuien en doperwten) "buiten de Centrale Markt om" had ingekocht. Dit wijst op inkoop op de zwarte markt, waar de inkoopprijzen (f 0,50 per kg bosuien) al vijf keer hoger lagen dan de toegestane verkoopprijs (f 0,10 per kg).
* Verbalisanten: De controle werd uitgevoerd door "motenaars" (beambten van het marktwezen) die tevens fungeerden als onbezoldigd veldwachter. Het document dateert van 15 juli 1944, een periode van extreme schaarste in bezet Nederland.
1. Prijsbeheersing: Om inflatie en woekerprijzen tegen te gaan, stelde de Duitse bezetter (via de Gemachtigde voor de Prijzen) strikte maximumprijzen vast voor levensmiddelen.
2. Zwarte Handel: Omdat legale aanvoer via de Centrale Markt vaak onvoldoende was, weken veel winkeliers uit naar de zwarte markt. Om uit de kosten te komen, moesten zij de hoge inkoopprijzen doorberekenen aan de klant, wat hen strafbaar maakte.
3. Controle: De "Dienst van het Marktwezen" hield scherp toezicht op naleving. Economische delicten werden in deze periode zwaar bestraft, variërend van hoge boetes tot sluiting van de winkel of zelfs detentie in kampen (zoals kamp Erica in Ommen).
4. Locatie: De Lindengracht in de Jordaan was (en is) een bekende marktlocatie in Amsterdam, waar de sociale druk en de noodzaak tot overleven in 1944 op een kookpunt stonden.