Archiefdocument
Origineel
14 januari 1944 A.W. Rijwaardt (vermoedelijk een marktmeester of opzichter) Den Heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam № 21/1/1 M. 1944 / 4
14 Jan. 1944
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen.
In verband met bijgaand schrijven, bericht ik U, dat
de Britsch Holl. Kolen Cie, de gewoonte heeft, om een
schuit met kolen op verschillende punten in de stad
te leggen. Onder andere aan de Singelgracht tusschen
Jac. van Lennepkade en Leidschegracht. De kolen werden
dan op de schuit klaargemaakt en in zakken geschept
en vervolgens naar de klanten gebracht.
Toen ik dat constateerde heb ik aan den baas van
het werk gezegd, dat zulks aan den brandstoffen-
markten moest plaats vinden.
Ik heb hem toen een lijstje gegeven van de dichtstbijzijnde
markten.
Nu, aangaande de circulaire van de kleine benzine commissie
vragen zij weer die plaats aan.
Ik adviseer U dan ook aan het verzoek van de Britsch
Holl. Kolen Cie geen gevolg te geven.
Alleen als het water zoo is dicht gevroren dat zij niet
aan een der markten kunnen komen, mogen zij daar
ligplaats innemen.
A.W. Rijwaardt.
Z. w. Z. De brief is een ambtelijk rapport over de handhavingsactiviteiten van het Amsterdamse Marktwezen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De auteur (Rijwaardt) rapporteert dat de 'Britsch Holl. Kolen Cie' (een bekende brandstoffenhandelaar) de regels overtreedt door kolen direct vanaf een schuit op de gracht te verkopen en te verpakken, in plaats van op de daarvoor aangewezen officiële brandstoffenmarkten.
De auteur heeft de voorman van het werk hierop aangesproken en verwezen naar de reglementaire markten. Desondanks probeert het bedrijf via een verwijzing naar een circulaire van de "kleine benzine commissie" (waarschijnlijk een instantie die de brandstofdistributie reguleerde) toestemming te krijgen om de ligplaatsen op de gracht toch als verkooppunt te gebruiken. Rijwaardt adviseert negatief op dit verzoek, met een uitzondering voor overmachtsituaties zoals ijsgang waardoor de markten onbereikbaar zouden zijn. Het document dateert van januari 1944, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Brandstoffen zoals kolen waren in deze periode schaars en strikt gerantsoeneerd. De overheid probeerde de distributie nauwgezet te controleren via officiële markten en distributiebonnen om zwarte handel te beperken en een eerlijke (zij het minimale) verdeling te waarborgen.
De vermelding van de "kleine benzine commissie" wijst op de complexe bureaucratie rondom transport en energie in oorlogstijd. De vrees voor het dichtvriezen van het water ("dicht gevroren") was reëel; winterse kou in combinatie met brandstoftekorten maakte de kolenvoorziening tot een kritieke kwestie voor de Amsterdamse bevolking. De Jacob van Lennepkade en de Leidschegracht waren strategische punten voor de bevoorrading van de dichtbevolkte Amsterdamse wijken.