Uittreksel uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Uittreksel uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 3 maart 1944. No.47/2 L.M.1944.
Restitutie van marktgeld.
[Stempel/Handschrift: No. 21/3/4 M. 194]
[Handschrift: 21/3]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam;
Vrijdag, 3 Maart 1944.
[Handschriftelijke krabbels en parafen rechtsboven]
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam;
Gelet op de bepalingen van de Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende bijzondere maatregelen op administratiefrechtelijk gebied, (Verordeningenblad voor het bezette Nederlandsche gebied, Stuk 33, No.152 Gemeenteblad 1941, afdeeling 4, volgno. 517);
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen d.d. 25 Februari 1944, No.21/3/24;
Gelet op art.36 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden;
B e s l u i t :
aan T.v.d.Pal, op gronden van billijkheid, restitutie van marktgeld te verleenen tot een bedrag van f 68.-.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak., bad- en zweminrichtingen (3 stuks) en Financiën (2 stuks).
[Linksonder handschrift in rood: betaald(?) 14/4-44]
VW.
[Paraaf]
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN Dit officiële document is een administratief besluit van de gemeente Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het betreft de terugbetaling van marktgelden (68 gulden) aan een individu genaamd T.v.d. Pal. Het besluit is gebaseerd op "billijkheid", wat suggereert dat er een specifieke, wellicht schrijnende of onterechte situatie ten grondslag lag aan de eerdere heffing.
De tekst is typerend voor de ambtelijke taal van die tijd, met gebruik van de naamval "den" en specifieke afdelingsnamen die vandaag de dag ongebruikelijk zijn (zoals de combinatie van levensmiddelen met wasch- en badinrichtingen). De diverse stempels, dossiernummers en handschriftelijke aantekeningen (zoals de datum 14/4-44 linksonder) wijzen op de administratieve verwerking en uiteindelijke uitbetaling van het bedrag. Het document dateert van maart 1944, een periode waarin Nederland bezet was door nazi-Duitsland. Dit is duidelijk zichtbaar in de juridische onderbouwing: er wordt expliciet verwezen naar de "Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied" (Arthur Seyss-Inquart).
Tijdens de bezetting blef het gemeentelijk apparaat grotendeels functioneren, maar wel onder strikt toezicht en volgens de verordeningen van de bezetter. In Amsterdam was de democratisch gekozen gemeenteraad ontbonden en lag de macht bij de (door de bezetter benoemde) burgemeester en wethouders. Dit document illustreert hoe de dagelijkse bureaucratie, zoals het afhandelen van marktgelden, doorging ondanks de oorlogssituatie, ingebed in de nationaalsocialistische rechtsorde.