Handgeschreven conceptbrief of ambtelijke notitie.
Origineel
Handgeschreven conceptbrief of ambtelijke notitie. 21 juli 1945 (genoteerd als 21/7/5) [Linksboven:]
onderwerp
aanwijzing bijz. hulp-
markt brandstoffenmarkt.
[Rechtsboven:]
a/W. l. m.
[Hoofdtekst:]
Onder terugzending van de met
Uw kantbrieven d.d. 26 Juni en 22 Juli j.l. om advies
ontvangen stukken no. 462 L.K. 1944 heb ik de
eer U het volgende te berichten.
De mededeeling van den brandstof-
handelaar Boot, vervat in de eerste alinea van
diens brief d.d. 18 Juli j.l. berust op een misver-
stand; door den inspecteur van mijn dienst is
uitsluitend contact gezocht met dezen handelaar
in verband met het onderzoek naar een andere
voor hem geschikte ligplaats.
[Onderaan:]
[[hier concept-dir]]
[Datum rechtsonder:]
21/7/5 De tekst betreft een ambtelijke reactie op een verzoek om advies. De opsteller (waarschijnlijk een afdelingshoofd of directeur van een distributiedienst) reageert op brieven van 26 juni en 22 juli. De kern van het schrijven is het rechtzetten van een bewering van brandstofhandelaar Boot. Deze handelaar had blijkbaar in een eigen brief geconcludeerd dat een bezoek van een inspecteur een bepaalde (mogelijk negatieve of dwingende) lading had. De schrijver verduidelijkt echter dat het contact uitsluitend bedoeld was om te assisteren bij het vinden van een nieuwe, geschikte ligplaats voor de onderneming van Boot. De afkorting "a/W. l. m." staat vermoedelijk voor "Aan de Weledele Heer Minister", wat duidt op een correspondentie richting het departement. Het document dateert van juli 1945, slechts enkele maanden na de bevrijding van Nederland. In deze periode was er een enorme schaarste aan brandstoffen (zoals kolen), waardoor de brandstoffenmarkt streng gereguleerd was door de overheid via distributiekantoren en inspectiediensten. De logistiek — waaronder de ligplaatsen voor schepen die brandstof vervoerden — was cruciaal voor de wederopbouw. Het document illustreert de nauwe bemoeienis van de overheid met individuele handelaren en de bureaucratische afhandeling van bezwaren of misverstanden die in die chaotische periode ontstonden. De verwijzing naar "L.K. 1944" duidt erop dat het dossier al tijdens de bezetting was aangelegd, mogelijk bij een Rijksbureau of Landelijk Kantoor.