Doorslag van een ambtelijke brief.
Origineel
Doorslag van een ambtelijke brief. 1 augustus 1944. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). N.V. Algemeene Brandstoffenhandel "Amsterdam", N.Z. Voorburgwal 334, Amsterdam-Centrum. [Handgeschreven tekst bovenaan:]
Verzonden 1/8 H muller
[Getypte tekst:]
21/16/2M. M/SV.
1
1 Augustus 1944.
N.V. Algemeene Brandstoffen-
handel "Amsterdam",
N.Z.Voorburgwal 334,
Amsterdam-Centrum.
==================
Onder terugzending van de met Uw
schrijven d.d. 14 Juli jl.ontvangen markt-
geldkwitanties heb ik de eer U te berichten,
dat U te mijnen kantore Jan van Galenstraat
14 West tegen afgifte van bijgaande kwitan-
tie, die door U geteekend moet worden re-
stitutie ten bedrage van f. 6.35 kunt ver-
krijgen van de door U te veel betaalde
marktgelden.
De Directeur, * **Inhoud:** In deze brief wordt de N.V. Algemeene Brandstoffenhandel "Amsterdam" geïnformeerd over een teruggave van te veel betaalde marktgelden. De ontvanger had op 14 juli 1944 kwitanties opgestuurd ter controle. Na beoordeling blijkt dat zij recht hebben op een restitutie van 6,35 gulden. Dit bedrag kan worden opgehaald bij het kantoor aan de Jan van Galenstraat, mits een bijgevoegde kwitantie wordt getekend.
- Stijl en Toon: De toon is formeel en ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten", "te mijnen kantore").
- Administratieve details: De handgeschreven notitie "Verzonden 1/8" met de paraaf "H muller" geeft aan dat de brief op de dag van datering ook daadwerkelijk is verstuurd door een administratief medewerker. * Tijdperk: Het document dateert van augustus 1944, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Dit was vlak voor de bevrijding van het zuiden en de daaropvolgende Hongerwinter.
- Locatie: De Jan van Galenstraat 14 West in Amsterdam was (en is deels nog steeds) de locatie van de Centrale Markthallen. De brief is dan ook vrijwel zeker afkomstig van de gemeentelijke dienst die toezag op de markthandel.
- Onderwerp: "Marktgelden" waren heffingen die handelaren moesten betalen voor het gebruik van de marktfaciliteiten. Brandstoffenhandelaren (zoals de geadresseerde) waren in die tijd essentieel voor de energievoorziening, die door de oorlogssituatie zeer schaars was. Ondanks de oorlogstijd bleven de gemeentelijke administratieve processen, zoals het verrekenen van overbetaalde leges, gewoon doorlopen.