Handgeschreven ambtelijke instructie of werkopdracht op een los briefje.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke instructie of werkopdracht op een los briefje. 24 mei 1878 (gebaseerd op de notitie linksboven: "24/5 '78"). Rijvoord (waarschijnlijk een ambtenaar of opzichter bij de dienst Publieke Werken). De heer Van Beeren (vermoedelijk een aannemer of uitvoerder van baggerwerkzaamheden). [Linksboven, in potlood]:
24/5 '78 - i.m.
[Centrale tekst]:
Hr. van Beeren.
Gelieve te laten uitbaggeren,
de Prinsengr. tusschen Rozengracht
en Lauriergracht.
of 8 x x x R roede De tekst bevat een korte, zakelijke opdracht voor onderhoud aan de Amsterdamse grachten. De kern van de boodschap is het verzoek (of bevel) om een specifiek deel van de Prinsengracht, gelegen tussen de Rozengracht en de Lauriergracht, te laten uitbaggeren.
De annotaties links onderaan in rood zijn interessant vanuit administratief oogpunt. De getallen "21/17/1" kunnen verwijzen naar een dossiernummer of een post op de begroting. De vermelding "R roede" verwijst naar de oude lengtemaat (waarschijnlijk de Rijnlandse roede, ca. 3,76 meter). Dit duidt erop dat de omvang van het werk werd berekend op basis van de lengte van het grachtvak, wat noodzakelijk was voor de facturatie of de controle op de uitgevoerde werkzaamheden. In de tweede helft van de 19e eeuw onderging Amsterdam een moderniseringsslag, waarbij hygiëne en de doorstroming van water in de grachten hoge prioriteit kregen. Het uitbaggeren van grachten was cruciaal om verzilting, stank en ondiepte door slibvorming tegen te gaan. De Prinsengracht in de Jordaan was in 1878 een vitaal onderdeel van de stedelijke infrastructuur voor transport. Dit briefje vormt een tastbaar bewijs van het dagelijkse, kleinschalige stadsbeheer dat nodig was om de grachtenstad leefbaar en bereikbaar te houden. Van Beeren (De heer) Publieke Werken
Samenvatting
De tekst bevat een korte, zakelijke opdracht voor onderhoud aan de Amsterdamse grachten. De kern van de boodschap is het verzoek (of bevel) om een specifiek deel van de Prinsengracht, gelegen tussen de Rozengracht en de Lauriergracht, te laten uitbaggeren.
De annotaties links onderaan in rood zijn interessant vanuit administratief oogpunt. De getallen "21/17/1" kunnen verwijzen naar een dossiernummer of een post op de begroting. De vermelding "R roede" verwijst naar de oude lengtemaat (waarschijnlijk de Rijnlandse roede, ca. 3,76 meter). Dit duidt erop dat de omvang van het werk werd berekend op basis van de lengte van het grachtvak, wat noodzakelijk was voor de facturatie of de controle op de uitgevoerde werkzaamheden.
Historische Context
In de tweede helft van de 19e eeuw onderging Amsterdam een moderniseringsslag, waarbij hygiëne en de doorstroming van water in de grachten hoge prioriteit kregen. Het uitbaggeren van grachten was cruciaal om verzilting, stank en ondiepte door slibvorming tegen te gaan. De Prinsengracht in de Jordaan was in 1878 een vitaal onderdeel van de stedelijke infrastructuur voor transport. Dit briefje vormt een tastbaar bewijs van het dagelijkse, kleinschalige stadsbeheer dat nodig was om de grachtenstad leefbaar en bereikbaar te houden.