Slot van een handgeschreven brief of verzoekschrift met ambtelijke annotaties.
Origineel
Slot van een handgeschreven brief of verzoekschrift met ambtelijke annotaties. 1944 (gebaseerd op verschillende ambtelijke data: 16 juni, 19 juli, 9 augustus en 3 oktober 1944). G.J. Taasen, Bitterzoetstraat 11, Amsterdam-Noord. [Hoofdtekst:]
hopend op U welwillende
medewerking teeken ik
uw. dw. dn.
G J Taasen
Bitterzoetstr 11
A'dam N
[Aantekeningen linkerzijde:]
Aanvraag naar Dir. 16/6.
~~Aanvraag is~~ ter onderzoek naar politie?
[Schuine aantekening in het midden:]
Gezien
19-7-44
de Haan
[Aantekeningen rechterzijde onder:]
monstervrijgesteld bijvoegsel:
losse plaatsen Amstelveld. Mosplein
en Noordermarkt afgegeven.
Dribergen. Rapport Politie d.d. 9/8-44.
br. d. No 688/0708
HS 3/10-44. Het document is een administratief brokstuk, waarschijnlijk de achterzijde van een formulier of het laatste blad van een verzoekschrift. De afzender, G.J. Taasen, verzoekt om "welwillende medewerking". De ambtelijke kanttekeningen wijzen erop dat dit verzoek betrekking heeft op marktplaatsen ("losse plaatsen") op diverse Amsterdamse markten (Amstelveld, Mosplein, Noordermarkt).
Het procesverloop is chronologisch te volgen via de aantekeningen:
1. 16 juni: Aanvraag doorgestuurd naar de directeur.
2. 19 juli: Ingezien door een functionaris (mogelijk de Haan).
3. 9 augustus: Politierapport uit Dribergen wordt vermeld (mogelijk n.a.v. het "onderzoek naar politie").
4. 3 oktober: Laatste administratieve afhandeling (kenmerk HS 3/10-44).
De term "monstervrijgesteld" suggereert een specifieke regeling betreffende de handel in goederen waarvoor normaal gesproken monsters overlegd moesten worden, of een vrijstelling van bepaalde keuringseisen. Dit document stamt uit de zomer en herfst van 1944, een turbulente periode in bezet Nederland (vlak voor en tijdens de Hongerwinter). De Bitterzoetstraat ligt in de Bloemenbuurt in Amsterdam-Noord. Het feit dat er voor het verkrijgen van marktplaatsen een politieonderzoek en rapporten uit andere gemeenten (Dribergen) nodig waren, illustreert de strenge bureaucratische controle op de handel en distributie tijdens de Duitse bezetting. De formele afsluiting "uw. dw. dn." (uw dienstwillige dienaar) was in die tijd de standaard voor correspondentie met overheidsinstanties. G.J. Taasen Politie