Archiefdocument
Origineel
16 januari 1944 J. Krummfusz, Van Ostadestraat 177-II, Amsterdam. "Mijn Heer" (waarschijnlijk de Marktmeester of een ambtenaar van de Gemeente Amsterdam, Afdeling Marktwezen). Amsterdam 16 - 1 - 1944
Mijn Heer.
Hiermede neem ik de vrijheid om mij tot U te wenden
Zou ik ook in aanmerking kunnen komen als dat ik van U een standplaats zou kunnen krijgen en wel op den markt in den Albertcuipstraat zoo dat ik mijn gezin kan onderhouden met wat handel
Daar ik sinds 12 jaar ziekelijk ben en ik voor allen werkzaamheden ben afgekeurd hoop ik als dat U mij ter wille zult zijn en mij een plaats zult toe wijzen
Ik handel in nikkelen zak en armband horlogies en Bijouterie
Hoopende van U als dat U mijn toestand kunt in denken en dat U mij de gelegenheid zult geven om mijn brood te kunnen verdienen
Hoopend op een gunstig antwoord
Teeken ik
Achtend
J Krummfusz
V. Ostadestr No 177 II
Amsterdam
(Aantekeningen in de kantlijn/onderaan)
[Links in potlood]:
Oproepen en formulier invullen.
f. 7.20 / f. 7.20
[Rechts in inkt]:
Afgewezen door Dir. Model afwijzing gestuurd. Opbergen.
Opbg [Paraaf] 26/1 44 De brief is een handgeschreven rekest waarin de afzender, J. Krummfusz, verzoekt om een standplaats op de Albert Cuypmarkt. De brief is geschreven in een formele, enigszins archaïsche stijl ("Hiermede neem ik de vrijheid", "ter wille zult zijn").
De schrijver voert een sociaal-economische noodzaak aan: hij is reeds twaalf jaar ziekelijk en volledig afgekeurd voor reguliere arbeid. Hij hoopt door de handel in nikkelen zakhorloges, polshorloges en bijouterie (sieraden) zijn gezin te kunnen onderhouden.
De ambtelijke notities onderaan laten het proces van de aanvraag zien. Hoewel er aanvankelijk sprake lijkt te zijn van een vervolgstap ("Oproepen en formulier invullen"), is het eindoordeel hard: de directeur heeft het verzoek afgewezen. Op 26 januari 1944, slechts tien dagen na de datum van het schrijven, is een standaard afwijzingsbrief verstuurd en het dossier gearchiveerd ("Opbergen"). Het document dateert uit januari 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van grote armoede en schaarste. Veel Amsterdammers die buiten het arbeidsproces vielen, probeerden als 'kleine neringdoenden' op straat of op markten te overleven.
De Albert Cuypmarkt was in de oorlogsjaren een cruciaal punt voor de voedselvoorziening en handel, maar stond onder streng toezicht van de gemeente. De afzender woonde in de Van Ostadestraat, in het hart van de wijk De Pijp, op een steenworp afstand van de markt. De afwijzing van dit verzoek illustreert de precaire positie van zieke en arbeidsongeschikte burgers die in de laatste oorlogsjaren probeerden het hoofd boven water te houden, nog voordat de Hongerwinter van 1944-1945 zou aanbreken. J. Krummfusz V. Ostadestr Gemeente Amsterdam Marktwezen