Bewijs van inbeslagname van een persoonsbewijs.
Origineel
Bewijs van inbeslagname van een persoonsbewijs. 22 januari 1944. Het persoonsbewijs van Anthonia Riemann
geboren 24 Juni 1915 te Hilversum,
huisvrouw van J. Engelander en wonende
Binnen Oranjestraat 17 a II te Amsterdam
is op 22 Januari 1944 aan de 36e Afdeeling
der Staatspolitie te Amsterdam in
beslag genomen.
[Stempel: POLITIE / AFD. / 36 / AMSTERDAM]
De Wachtmeester v. Politie
[Handtekening: Sonnevij] Dit document is een officiële verklaring van de Amsterdamse politie waarin de inbeslagname van het persoonsbewijs (PB) van Anthonia Riemann wordt vastgelegd.
- Persoonsgegevens: Anthonia Riemann werd geboren op 24 juni 1915 in Hilversum. Ze was de echtgenote van Jacob (J.) Engelander. Het gezin woonde in de Jordaan/Haarlemmerbuurt op de Binnen Oranjestraat 17-II.
- De inbeslagname: Het document vermeldt dat het identiteitsbewijs op 22 januari 1944 door de 36e afdeling van de Staatspolitie in beslag is genomen. Dit was een zeer ingrijpende gebeurtenis; zonder persoonsbewijs kon men zich niet legaal op straat begeven, geen rantsoenbonnen krijgen en liep men direct gevaar bij controles.
- Autoriteit: Het document is ondertekend door een wachtmeester van de politie, vermoedelijk genaamd Sonnevij. De term 'Staatspolitie' werd tijdens de bezetting gebruikt voor de gereorganiseerde Nederlandse politie die onder direct toezicht van de Duitse autoriteiten stond. De datum (januari 1944) plaatst dit document in de late fase van de Tweede Wereldoorlog in bezet Nederland. Het adres Binnen Oranjestraat 17-II staat bekend als een locatie waar Joodse bewoners verbleven. Jacob Engelander was van Joodse afkomst, terwijl Anthonia Riemann waarschijnlijk niet-Joods was (een zogenaamd 'gemengd huwelijk').
In dergelijke situaties was de positie van de Joodse partner vaak precair, maar boden deze huwelijken soms tijdelijke bescherming tegen deportatie. Desalniettemin werden deze gezinnen constant lastiggevallen door de politie en de bezetter. De inbeslagname van een persoonsbewijs was vaak een voorbode van arrestatie of een middel om druk uit te oefenen op het gezin. Uit archiefstukken (o.a. van de Oorlogsgravenstichting) blijkt dat Jacob Engelander later is gedeporteerd en in juli 1944 in Auschwitz is vermoord. Dit document illustreert de bureaucratische wijze waarop de bezettingsmacht en de meewerkende politie de bewegingsvrijheid van burgers aan de vooravond van tragische gebeurtenissen inperkten. J. Engelander Politie