Getypt ambtelijk rapport.
Origineel
Getypt ambtelijk rapport. Februari 1944 (specifieke verklaring afgenomen op 10 februari 1944). J. H. de Grebber, Ambtenaar bij het Marktwezen. Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. DIENST VAN HET MARKTWEZEN
te
A M S T E R D A M
R A P P O R T
Naar aanleiding van een rapport opgemaakt door den Marktmeester De Wolff, No. 25/12/1 M.1944 4/3, heb ik, J. H. de Grebber, Ambtenaar bij het Marktwezen, na daartoe bekomen opdracht, een nader onderzoek ingesteld.
Op 10 Februari 1944, heb ik de in het rapport bedoelde Juffr. M. C. Hartdorff, wonende Daniël Stalpertstraat 88, 3e etage alhier, gehoord. Zij verklaarde mij, dat de loods, waarin de visch op de Albert Cuypstraat wordt verkocht, doorloopt tot aan de Govert Flinckstraat, alwaar eveneens een uitgang is. (Dit is mij, rapporteur bekend). Indien er nu visch ten verkoop in de Alb. Cuypstraat komt, gebeurt het meerdere malen, dat bekende zwarte handelaren, de loods door de uitgang Gov. Flinckstraat met zakken visch verlaten. O.A. gebeurt dit door Goldstein, wonende Dan. Stalpertstraat 88. Deze vervoert de zak met visch dan naar zijn woning.
Ik, rapporteur, voeg hier aan nog toe, dat de hierboven bedoelde Goldstein, bloemenventer, een broer is van Karel Goldstein, vischhandelaar. (toewijzing gerookte visch en garnalen).
Het onderzoek zal door mij worden voortgezet.
De Ambtenaar voornoemd,
[Handtekening: J. H. de Grebber]
Aan
Den Heer Directeur van het Marktwezen Het document is een verslag van een opsporingsonderzoek naar illegale handel (zwarte handel) tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De kern van de rapportage is een getuigenverklaring van een buurtbewoonster (Juffr. Hartdorff) over het omzeilen van de officiële marktregels.
Belangrijke elementen in de tekst:
* Locatie: De Albert Cuypmarkt en de omliggende straten (Daniël Stalpertstraat, Govert Flinckstraat). De loods fungeert als een 'achterdeur' voor de illegale afvoer van schaarse goederen.
* Modus Operandi: Zodra er vis wordt aangevoerd voor de legale verkoop op de Albert Cuypstraat, verlaten "bekende zwarte handelaren" het pand via de achteruitgang aan de Govert Flinckstraat met zakken vis om de reguliere distributie te ontwijken.
* Personen: Er wordt specifiek verwezen naar een "Goldstein". De ambtenaar merkt op dat deze man een broer is van een erkende vismarchand (Karel Goldstein), wat duidt op een vermoeden van belangenverstrengeling of illegale doorsluis van voorraden binnen de familie. Dit document stamt uit februari 1944, een periode van extreme schaarste in bezet Nederland.
- Voedselschaarste en distributie: Tijdens de oorlogsjaren was bijna alles "op de bon". De Dienst van het Marktwezen had de taak om toe te zien op een eerlijke verdeling en het bestrijden van de zwarte markt. Vis was een cruciaal voedselproduct, maar de handel stond onder streng toezicht.
- De Jodenvervolging: De naam "Goldstein" is een Joodse achternaam. In februari 1944 waren de meeste Joodse Amsterdammers reeds gedeporteerd naar concentratie- en vernietigingskampen. Het feit dat er nog een "Goldstein" als bloemenventer en vismarchand actief is (of althans genoemd wordt), suggereert dat deze personen mogelijk nog over een (tijdelijke) vrijstelling beschikten of ondergedoken waren, hoewel dat laatste niet rijmt met het openlijk "venten" van bloemen.
- Collaboratie en Controle: Het rapport illustreert hoe de ambtelijke molen in Amsterdam bleef draaien onder de bezetter. Ambtenaren van het Marktwezen rapporteerden over overtredingen die in vredestijd economische delicten waren, maar die in oorlogstijd zware repercussies konden hebben voor de betrokkenen, zeker als er sprake was van een Joodse achtergrond. Er wordt specifiek verwezen naar een "Goldstein". De ambtenaar merkt op dat deze man een broer is van een erkende vismarchand (Karel Goldstein) wat duidt op een vermoeden van belangenverstrengeling of illegale doorsluis van voorraden binnen de familie.