Dienstkaart / Rapport van inbeslagname (mutatieformulier).
Origineel
Dienstkaart / Rapport van inbeslagname (mutatieformulier). [Linksboven verticaal geschreven]:
opbergen 25-3-44
deban [?]
[Bovenaan, stempels en handgeschreven]:
bpb. [paraf]
№ 25/13/1 M. 1944 7/2
aan den Inspecteur
der prijsbeheersing
te Arnhem 795
[Hoofdtekst]:
Hedenmorgen 2 Febr. 44 is door twee
Ambtenaren van de C.C.D. van de komm
van P.b.H. no 2 F J H v Rhenen een partij
van 100 gerookte haring en 25 pond eierpoeder
in beslag genomen. Deze partij is door
mij rechtstreeks gevonden in de vischverkoop-
plaats als sluikvoorraad. Deze partij visch
moet van C. Bühler afkomstig zijn
[Onderaan]:
Insp. bespr. 14-2-44 [handtekening, mogelijk: Kruiff] * Onderwerp: De inbeslagname van illegale handelsvoorraad (sluikvoorraad) tijdens de Duitse bezetting.
* Goederen: Het betreft 100 stuks gerookte haring en 25 pond eierpoeder. Eierpoeder was in 1944 een schaars surrogaatproduct dat streng gerantsoeneerd was.
* Betrokkenen:
* De C.C.D. (Centrale Controledienst): de instantie die tijdens de oorlog toezag op de naleving van de distributieregels en prijsvoorschriften.
* F.J.H. van Rhenen: Vermoedelijk de ambtenaar of postcommandant van de Prijsbeheersing (P.b.H. no 2).
* C. Bühler: Wordt genoemd als de vermoedelijke bron/leverancier van de illegale partij vis.
* Terminologie: "Sluikvoorraad" duidt op goederen die buiten de officiële distributiekanalen om werden gehouden voor de zwarte markt. Dit document stamt uit de late oorlogsjaren (februari 1944), een periode waarin de voedselschaarste in Nederland nijpend werd en de zwarte handel hoogtij vierde. De Centrale Controledienst (C.C.D.) was berucht en gevreesd bij winkeliers; zij voerden vaak onaangekondigde inspecties uit in "vischverkoopplaatsen" en magazijnen. De vis en het eierpoeder werden waarschijnlijk geconfisqueerd om via officiële kanalen (of de gaarkeukens) verdeeld te worden, terwijl de eigenaar van de winkel een proces-verbaal en waarschijnlijk een zware boete of gevangenisstraf riskeerde. De vermelding van "C. Bühler" suggereert dat de opsporingsambtenaren probeerden de hele keten van de zwarte handel in kaart te brengen.