Administratieve notitie / bijblad bij een dossier.
Origineel
Administratieve notitie / bijblad bij een dossier. [Gedrukt kader linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 25/18/1 1947
DOORGEZONDEN: 25/3
[Handgeschreven tekst midden]
Hakker 28/3 '44 opgeroepen
te 4.30 uur.
Maarten Vrij eveneens opgeroepen.
D
[Gedrukt linksonder]
Stadsdrukkerij Amsterdam
8030-4-42-500-284 Het document is een kort administratief briefje dat na de Tweede Wereldoorlog (waarschijnlijk in 1947) is opgesteld of gearchiveerd als aanvulling ("bijblad") op een dossier. Het bevat summiere informatie over de lotgevallen van twee personen tijdens de bezetting.
De kern van de boodschap is dat de heer (of familie) Hakker en Maarten Vrij op 28 maart 1944 om 4:30 uur 's ochtends zijn "opgeroepen". De vroege tijd en de term "opgeroepen" in de context van maart 1944 wijzen in de richting van een gedwongen tewerkstelling (Arbeitseinsatz) of een arrestatie/deportatie. De handtekening of paraaf 'D' rechtsonder is waarschijnlijk van de ambtenaar die de notitie heeft gemaakt. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland werden Amsterdammers op grote schaal opgeroepen voor diverse doeleinden. In 1944 was de Jodenvervolging in Amsterdam in haar laatste fase en werden de laatste achtergebleven Joden opgepakt. Tegelijkertijd werden ook niet-Joodse mannen opgeroepen voor dwangarbeid in Duitsland.
De vermelding van het jaartal 1947 in het "Bijblad"-stempel suggereert dat dit briefje deel uitmaakt van de naoorlogse administratieve afwikkeling. Dit kan te maken hebben met een onderzoek van het Rode Kruis, de Politie of een gemeentelijke instantie naar vermiste personen of om de status van burgers tijdens de oorlogsjaren te verifiëren voor nabestaanden of pensioenaanvragen. De achternaam "Hakker" kwam veelvuldig voor binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam, wat dit document een potentieel tragische lading geeft. M. No Politie
Samenvatting
Het document is een kort administratief briefje dat na de Tweede Wereldoorlog (waarschijnlijk in 1947) is opgesteld of gearchiveerd als aanvulling ("bijblad") op een dossier. Het bevat summiere informatie over de lotgevallen van twee personen tijdens de bezetting.
De kern van de boodschap is dat de heer (of familie) Hakker en Maarten Vrij op 28 maart 1944 om 4:30 uur 's ochtends zijn "opgeroepen". De vroege tijd en de term "opgeroepen" in de context van maart 1944 wijzen in de richting van een gedwongen tewerkstelling (Arbeitseinsatz) of een arrestatie/deportatie. De handtekening of paraaf 'D' rechtsonder is waarschijnlijk van de ambtenaar die de notitie heeft gemaakt.
Historische Context
Tijdens de Duitse bezetting van Nederland werden Amsterdammers op grote schaal opgeroepen voor diverse doeleinden. In 1944 was de Jodenvervolging in Amsterdam in haar laatste fase en werden de laatste achtergebleven Joden opgepakt. Tegelijkertijd werden ook niet-Joodse mannen opgeroepen voor dwangarbeid in Duitsland.
De vermelding van het jaartal 1947 in het "Bijblad"-stempel suggereert dat dit briefje deel uitmaakt van de naoorlogse administratieve afwikkeling. Dit kan te maken hebben met een onderzoek van het Rode Kruis, de Politie of een gemeentelijke instantie naar vermiste personen of om de status van burgers tijdens de oorlogsjaren te verifiëren voor nabestaanden of pensioenaanvragen. De achternaam "Hakker" kwam veelvuldig voor binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam, wat dit document een potentieel tragische lading geeft.