Getypt afschrift van een brief (klachtbrief).
Origineel
Getypt afschrift van een brief (klachtbrief). E.C. Hakker, Willemsparkweg 8 boven, Amsterdam. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. Behoort bij brief 25/18/2M. d.d. 11 April 1944 aan den Heer
Wethouder voor de Levensmiddelen van den Heer Directeur van
het Marktwezen.
A F S C H R I F T .
Amsterdam, 20 Maart 1944.
Geachte Mijnheer,
Bij dezer neem ik de vrijheid U te schrijven en Uw
tusschenkomst in te roepen voor den visch-distributie.
Ik heb U al eerder geschreven over de wantoestanden
in de Albert Cuypstraat en werd ik toen ontboden op de Stadhouders-
kade bij de Inspecteur, die me dan toezegde, dat alles onderzocht
zou worden. Tot mijn spijt moet ik U zeggen, dat de toestand nog
steeds hetzelfde is: namelijk er wordt vreeselijk geknoeid in de
vischhal; het publiek wordt met open oogen bedrogen.
U moet weten dat er door de vischhal een straat loopt
van de Albert Cuypstraat naar de Govert Flinckstraat en daarheen ver-
dwijnt de meeste visch.
Zou het niet het beste zijn, de visch niet in de
hal te verkoopen, maar buiten, opdat het publiek precies weet waar
de visch blijft. Zoo gaat het toch ook in de Beethovenstraat en daar
wordt wel alles eerlijk uitverkocht. Op het oogenblik hebben wij in de
Albert Cuypstraat een marktmeester, die het niet zoo nauw neemt en veel
visch laat verdwijnen. Het is een langen met een bril op en misschien
ook tandenloos. De lijden zijn toch al zoo moeilijk en waarom hebben
we dan nog in rijen te staan en dat er ook nog geloot moet worden,
als de visch zoo oneerlijk aan de man komt. Ja. als er van die kleine
katvischjes komen, dat is goed genoeg voor de rijen, maar de mooie
groote visch "verschwindel". Vrijdag 17 Maart war er een kar met
mooie groote brasem, die toch heelemaal uit verkocht was. Dat is
toch niet toelaatbaar vindt U wel.
Hopende eenig resultaat te mogen zien van mijn
schrijven, verblijf ik.
Hoogachtend,
w.g. E.C. Hakker
Willemsparkweg 8 boven.
De Wethouder voor de Levensmiddelen
enz. stelt deze in handen van de
Directeur van het Marktwezen en
Gem. Adviseur om advies.
Amsterdam, 24 Maart 1944.
No. 25/18/1M. 1944 25/3. De brief is een indringende klacht van een Amsterdamse burger over corruptie tijdens de visdistributie in de Albert Cuypstraat. De kernpunten zijn:
* Verduistering: De schrijver stelt dat de vis via een zijuitgang naar de Govert Flinckstraat wordt weggesluisd voordat het publiek erbij kan.
* Beschuldiging: Er wordt een specifiek signalement gegeven van een "marktmeester" (lang, bril, mogelijk tandenloos) die verantwoordelijk zou zijn voor de diefstal.
* Kwaliteitsverschil: De burger klaagt dat alleen de "katvischjes" (kleine vis van lage kwaliteit) de burgers in de rij bereiken, terwijl de "mooie groote visch" (zoals brasem) verdwijnt.
* Taalgebruik: Opvallend is het woord "verschwindel", een contaminatie van het Duitse verschwinden en het Nederlandse zwendel, wat de frustratie van de schrijver onderstreept. Deze brief dateert uit maart 1944, de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Voedsel was schaars en de distributie werd streng gereguleerd via bonnen en rijen. De corruptie waarover Hakker klaagt, was in die tijd een bron van enorme sociale spanning: terwijl de bevolking honger leed, bloeide de zwarte handel.
De Albert Cuypmarkt was destijds (en is nog steeds) een centrale plek voor handel in Amsterdam. De vergelijking met de Beethovenstraat (een welgesteldere buurt) suggereert dat de schrijver vond dat de distributie daar eerlijker of beter georganiseerd verliep. Het document toont ook de ambtelijke molen: de klacht wordt van de Wethouder doorgestuurd naar de Directeur van het Marktwezen voor advies, wat aangeeft dat dergelijke klachten van burgers in die periode wel degelijk administratief werden verwerkt, ook al was de effectiviteit ervan in oorlogstijd vaak beperkt.