Politierapport (proces-verbaal van bevindingen).
Origineel
Politierapport (proces-verbaal van bevindingen). 15 april 1944. Rapport Amsteldijk
Zaterdag 15 April 1944 heeft een persoon,
genaamd B.J. Melcher van beroep assistent
rechercheur bij de Staatsspoorwegen, wonende
Amstel 103, alhier, mij het volgende medegedeeld:
"Ik heb dezen vischkoopman gevolgd van de
Vijzelstraat naar de Alb. Cuypstraat, hij heeft ge-
weigerd mij visch te verkoopen en mij gezegd,
dat hij de visch onder toezicht en controle in de
Alb. Cuypstraat moet verkoopen. Ik heb vermoeden
dat hij voornemens was aan een persoon, die
een koffertje bij zich had, in de Ferd. Bolstraat
evenveel visch af te geven. Hij heeft dat niet
gedaan omdat ik hem heb gevolgd. Ik verzoek
U dezen man goed in het oog te houden."
Bovenbedoelde vischkoopman is genaamd J. Koning
geb: 21-7 1888, die mij desgevraagd het navolgende
heeft verklaard:
"Deze persoon (B.J. Melcher) en zijn moeder hebben
gevraagd of zij van mij visch konden koopen.
Zij hebben mij zelfs een hoogeren prijs aangeboden.
Ik heb geweigerd en gezegd dat de visch onder toe-
zicht in de Alb. Cuypstraat moet worden verkocht.
Zij hebben mij op hinderlijke wijze gevolgd tot de
verkoopplaats, terwijl een groot publiek mij daardoor
eveneens heeft gevolgd."
Bedoelde B.J. Melcher heeft mij alsnog medegedeeld
dat hij niet gezien heeft dat Koning visch heeft af-
gegeven; Hij heeft geconstateerd dat Koning een
Café heeft bezocht in de Ferd. Bolstraat. Toen
stond zijn kar met visch onbeheerd.
Amsterdam, 15 April 44
(w.g. handtekening) Het document beschrijft een incident tussen een burger (in functie als rechercheur bij de spoorwegen) en een viskoopman tijdens de Duitse bezetting.
De kern van de zaak is een beschuldiging van Melcher dat de viskoopman, J. Koning, buiten de officiële markturen of locaties om vis zou willen verhandelen (mogelijk zwarte handel). De verklaringen zijn echter tegenstrijdig:
1. Melcher beweert dat Koning verdacht handelde bij een persoon met een koffertje in de Ferdinand Bolstraat.
2. Koning slaat terug door te stellen dat Melcher en zijn moeder juist zélf probeerden illegaal vis te kopen tegen een hogere prijs en hem lastigvielen toen hij weigerde.
Uiteindelijk zwakt Melcher zijn verklaring af door toe te geven dat hij geen daadwerkelijke transactie heeft gezien, maar dat de viskar wel onbeheerd achterbleef terwijl de koopman in een café zat. De rode strepen en aantekeningen duiden op ambtelijke verwerking van het rapport. Dit rapport is opgesteld in april 1944, een periode van extreme schaarste in bezet Nederland.
* Distributie en Controle: Voedsel was strikt gerantsoeneerd. Handelaren stonden onder streng toezicht van de Crisis Controle Dienst (CCD) en de politie. Verkoop mocht vaak alleen op aangewezen plekken (zoals de Albert Cuypmarkt) onder toezicht om prijsopdrijving en zwarte handel te voorkomen.
* De 'Zwarte Markt': Omdat de officiële rantsoenen vaak onvoldoende waren, probeerden veel burgers via de achterdeur extra voedsel te bemachtigen. De beschuldiging van Koning dat de rechercheur hem een "hoogeren prijs" bood, wijst op een poging tot een zwarte markt-transactie.
* Sociale Spanning: Het document illustreert de sfeer van wantrouwen, surveillance en de dagelijkse strijd om voedsel in oorlogstijd Amsterdam. Zelfs een ambtenaar (rechercheur van de spoorwegen) wordt hier door een marktkoopman beschuldigd van corruptie. B.J. Melcher J. Koning Politie