Ambtelijke notitie / fiche betreffende een marktvergunning.
Origineel
Ambtelijke notitie / fiche betreffende een marktvergunning. Grotenhuis verzoekt hem vergunning te
geven om zich op zijn plaatsen te mogen
laten bijstaan en zoo noodig te laten ver-
vangen (door compagnon). Hij bezit een leg. krt voor een losse
plaats op diverse markten. Is niet altijd in de
gelegenheid te staan omdat hij zelf zijn preparaten
moet fabriceeren. Zijn d° compagnon is evenals
hij, koopman van beroep, doch heeft hier ter
stede nog niet eerder gestaan. Heeft voor
den oorlog wel gestaan. (Uilenburg & Amstelhoek)
[In ander handschrift/lichtere inkt onderaan:]
Tegen inwilliging verzoek [doorstreept: de] RB. 30/5 44.
voor assistentie — niet vervange—
betrof m. i. [onleesbaar] 7-6-44 de Heer
[In de kantlijn in rode inkt:]
25/29/2
alleen Het document is een verzoekschrift van een marktkoopman genaamd Grotenhuis. Hij vraagt om twee zaken:
1. Toestemming om hulp te krijgen op zijn standplaatsen (assistentie).
2. Toestemming om zich bij afwezigheid te laten vervangen door een compagnon.
De reden voor dit verzoek is dat Grotenhuis zijn eigen producten ("preparaten") fabriceert, waardoor hij fysiek niet altijd op de markt aanwezig kan zijn. De voorgestelde compagnon is een ervaren koopman die voor de oorlog op bekende Amsterdamsche markten stond, maar nog niet op de huidige locaties van Grotenhuis.
Uit de aantekeningen onderaan blijkt de ambtelijke besluitvorming:
* Op 30 mei 1944 is er een eerste advies/besluit (RB).
* Op 7 juni 1944 volgt de definitieve beslissing: het verzoek wordt slechts deels ingewilligd. Hij krijgt wel toestemming voor assistentie, maar niet voor vervanging. De rode krabbel "alleen" aan de zijkant benadrukt dit waarschijnlijk. Dit document stamt uit de late periode van de Duitse bezetting van Nederland (mei/juni 1944). De bureaucratie rondom marktvergunningen was in deze tijd zeer streng.
De vermelding van de markten Uilenburg & Amstelhoek is historisch wrang. Dit waren van oudsher markten in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. In de zomer van 1944 waren deze buurten door de deportaties nagenoeg leeg en waren de markten daar ofwel opgeheven of ingrijpend veranderd. Dat de compagnon daar "voor de oorlog wel gestaan" heeft, dient als bewijs van zijn ervaring als koopman, in een tijd waarin de economische ruimte voor kleine ondernemers steeds verder werd ingeperkt door de bezetter. De afwijzing van de 'vervanging' kan duiden op de vrees van de autoriteiten voor het illegaal overdragen of onderverhuren van schaarse marktplaatsen.