Handgeschreven brief (verzoekschrift/klacht).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift/klacht). 12 mei 1944 (gebaseerd op potloodnotitie in de marge). C.V. de Jong (p/a Weyl), Prinsgracht 295, [Amsterdam]. [Hoofdtekst]
eventueel opschuiven zoodat er een plaats vrijkomt.
zoodat wij in het bezit komen van een vaste plaats
Zooals U weet zetten wij te weinig loten om
voor de „Winterhulp” onze Plaatselijke Directeur
den Heer v. Veen heeft zich daar over al bij ons
beklaagd, tevens is onze verdiensten zeer laag.
zoodat wij ons huisgezin zeer te kort doen, daar mij
alleen op provincie werken.
Tevens is de prijs van de goederen op de markt.
zoo gestegen zoodat de koop lui er een goede winst
maakt, er zijn er die meer dan f 100: per dag
verdienen, Dit is door mij zelf geconstateerd.
Dit kan ik doen, doordat ik niets kan verkoopen
en dus bij de markt loopt, dat is dus van mij
niet aangenaam, daar wij per man een gemiddelde
van f 20: per week verdienen, hiervan moet nog
afgetrokken worden f 6,35 voor huur van de stand.
Hopende, dat U iets voor de „Winterhulp” en
tevens voor ons iets kunt doen verblijf ik inmiddels
Hoogachtend.
C.V. de Jong p/a Weyl.
Prinsgracht 295
[Kantlijn links, verticaal geschreven]
door mij is geen enkele toezegging gedaan ik heb ook getracht de h. van de Werf te bellen doch kreeg geen gehoor dus mocht deze meneer weer komen niets doen.
[Notities onderaan, deels onleesbaar/krabbels]
U gelieve mij schriftelijk hierover te antwoorden.
Winterhulp tel f. Wille te zijn geholpen door aanwijzing plaats Rock v.d. Werf was dit geheel door [...] school [...] vaste plaats.
12-5-44 [datumstempel/notitie] De schrijver, C.V. de Jong, beklaagt zich over zijn penibele financiële situatie als marktkoopman tijdens de oorlogsjaren. Hij werkt momenteel "op de provincie", wat waarschijnlijk betekent dat hij langs verschillende dorpen reist, maar hij ambieert een "vaste plaats" (standplaats).
De kern van zijn betoog is tweeledig:
1. Druk vanuit de Winterhulp: Hij verkoopt loten voor de Winterhulp, maar de omzet is te laag, waarover de plaatselijke directeur (Heer v. Veen) heeft geklaagd.
2. Inkomensongelijkheid: Terwijl andere kooplieden volgens hem tot f 100,- per dag verdienen door de gestegen prijzen, verdient hijzelf slechts f 20,- per week. Na aftrek van de standhuur (f 6,35) blijft er f 13,65 over voor zijn gezin, wat hij als zwaar ontoereikend bestempelt.
Opvallend is de ambtelijke kanttekening in de linker marge, waaruit blijkt dat de ontvanger (mogelijk een marktmeester of ambtenaar) sceptisch is en expliciet instrueert om "niets te doen" als de man weer langskomt. Dit document stamt uit mei 1944, de late fase van de Duitse bezetting van Nederland. De Winterhulp Nederland (WHN) was de nationaalsocialistische hulporganisatie die tijdens de oorlog het monopolie op liefdadigheid had. Marktkooplieden werden vaak gedwongen of sterk gestimuleerd om loten voor de WHN te verkopen.
De brief illustreert de economische ontwrichting van die tijd: extreme prijsstijgingen op de markt (vaak gerelateerd aan de zwarte handel), de armoede onder kleine zelfstandigen en de bureaucratische omgang met verzoeken om schaarse standplaatsen in Amsterdam. De Prinsgracht 295 (het adres van de afzender) bevindt zich nabij de Westermarkt, wat de wens voor een standplaats in die buurt logisch maakt.