Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 1 september 1944. M.E. Grimberg-Peters. [Linksboven:] № 25/41/1
[Middenboven:] M. 1944 4/9
[Rechtsboven:] A’dam. 1 Sep. 1944 / 208
Geachte Heer.
Bij deze heb ik een beleefd verzoek aan U om een vergunning om op de markt in de Albert Cuypstr een standplaats te mogen innemen. Ik sta alleen met mijn kind en ben invalide, waardoor ik niet op gewone wijze de kost kan verdienen. Mijn hele familie staat op de markt en willen mij wel helpen. U begrijpt dat ik dit liever doe dan steun trekken. Misschien zoud U mij willen helpen om door deze moeilijke tijd heen te komen en mij een standplaats willen toewijzen. Hopende spoedig iets van U te hooren
Teeken ik
Hoogachtend
M. E. Grimberg. Peters
P/a v.d. Brink Albert Cuypstr 240 III
A’dam
[Aantekeningen linker marge:]
ontvangen
formulieren ingevuld.
[Paraaf] 21/9
[Aantekeningen rechterzijde onderaan:]
oproepen
8-9-44
de Haas
e.d.d.
[Paraaf] 8/9
[Rechtsonder:] 25 In deze brief verzoekt mevrouw M.E. Grimberg-Peters om een vergunning voor een standplaats op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. De brief is een direct getuigenis van de sociaal-economische nood tijdens de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog.
De schrijfster voert drie belangrijke redenen aan voor haar verzoek:
1. Persoonlijke omstandigheden: Ze is een alleenstaande moeder en bovendien "invalide", wat haar kansen op de reguliere arbeidsmarkt beperkt.
2. Sociaal vangnet: Haar familie is reeds werkzaam op de markt, waardoor zij op praktische steun en hulp kan rekenen bij het drijven van haar handel.
3. Arbeidsethos: Ze benadrukt expliciet dat ze liever werkt dan "steun trekt" (sociale bijstand ontvangt). Dit was in die tijd een belangrijk moreel argument.
De administratieve aantekeningen laten zien dat het verzoek serieus werd behandeld: ze werd op 8 september (slechts een week na het schrijven) opgeroepen door een zekere "de Haas", en op 21 september werden de ingevulde formulieren ontvangen. Het document is gedateerd op 1 september 1944, slechts enkele dagen voor "Dolle Dinsdag" (5 september 1944). Dit was een periode van enorme spanning in bezet Nederland. De "moeilijke tijd" waar de schrijfster naar verwijst, duidt op de extreme schaarste, inflatie en de naderende Hongerwinter.
De Albert Cuypmarkt was (en is) een centraal punt van handel in Amsterdam. Voor veel Amsterdammers was de markt tijdens de oorlog de enige plek waar nog – vaak met grote moeite – voedsel en goederen te verkrijgen waren.
Een saillant detail is de achternaam "Grimberg". Gezien de datering en de locatie (Amsterdam) roept dit vragen op over de achtergrond van de afzender. Hoewel de naam Joods kan zijn, waren de meeste Joodse Amsterdammers in september 1944 al weggevoerd, tenzij zij door een gemengd huwelijk (vandaar mogelijk de toevoeging 'Peters') of een andere uitzonderingspositie waren vrijgesteld. Dit geeft het verzoek een extra laag van urgentie en overlevingsdrang in een uiterst vijandige omgeving. E. Grimberg M.E. Grimberg Gemeente Amsterdam