Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 2 oktober 1944. A. Taal, Burgemeester van Oordtstraat 6, Zaandam. Afs: Taal A.
Burgemeester van
Oordtstraat 6
Zaandam
2-10-'44
Nº 25/45/1 M.1944 3/10
Weled. Heer. met Insp.
Onderget; vraagt beleefd toestem-
ming, een marktkaart voor den
Alb. Cuypstraat, daar hij zich op
het Waterlooplein niet kan
voorzien om een behoorlijk weekloon
te verdienen, hij hoopt van U
indien mogelijk eertijds in aan-
merking te mogen komen
voor een vaste plaats, op door
mij laatstvermelde markt.
Indien hij nog geen vaste plaats
kan krijgen, verzocht hij zo
spoedig mogelijk een kaart te mogen
ontvangen en wel, voor een losse
plaats, hierbij sluit hij in
de kaart van het Waterlooplein
hopende op een spoedige afwer-
king van zijne, tekent hij met
de meeste hoogachting
A. Taal * Inhoud: De heer A. Taal uit Zaandam verzoekt de geadresseerde (waarschijnlijk de marktmeester of een gemeentelijke instantie belast met marktwezen) om een marktvergunning voor de Albert Cuypstraat in Amsterdam.
* Reden van verzoek: De afzender geeft aan dat hij op zijn huidige plek, het Waterlooplein, onvoldoende inkomen ("behoorlijk weekloon") kan genereren.
* Specificaties: Hij vraagt bij voorkeur om een vaste standplaats, maar is bereid te beginnen met een "losse plaats". Als bewijs van goede wil stuurt hij zijn huidige marktkaart voor het Waterlooplein direct mee ("hierbij sluit hij in").
* Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel en onderdanig, kenmerkend voor correspondentie met de overheid in die tijd. De schrijver spreekt over zichzelf in de derde persoon ("Onderget;", "hij").
* Opmerkelijk detail: Hoewel de brief uit Zaandam komt en daar is geregistreerd, betreft het verzoek Amsterdamse markten. Dit duidt op de nauwe economische banden tussen de Zaanstreek en de hoofdstad. * Historische context: De brief is gedateerd op 2 oktober 1944. Dit is midden in de Tweede Wereldoorlog, vlak na Operatie Market Garden en aan het begin van de Hongerwinter in West-Nederland.
* Economische situatie: De schaarste was enorm. De Albert Cuypmarkt en het Waterlooplein waren cruciale plekken voor de handel in (schaarse) goederen. Het feit dat de schrijver aangeeft op het Waterlooplein geen "behoorlijk weekloon" meer te kunnen verdienen, kan te maken hebben met de ontreddering van die specifieke markt, die van oudsher een sterk Joods karakter had en door de deportaties zwaar was getroffen.
* Administratieve druk: Ondanks de oorlog en de naderende hongersnood bleef het bureaucratische apparaat in Nederland functioneren. Vergunningen moesten nog steeds volgens de officiële weg worden aangevraagd en geregistreerd, zoals de diverse stempels op dit document bewijzen. A. Marktwezen