Handgeschreven brief/notitie.
Origineel
Handgeschreven brief/notitie. 7 juni 1944. Getekend door "Renz". Den Heer Inspecteur. Dapperstraat
7 juni 1944
Den Heer Inspecteur
Naar aanleiding v/h verzoek van
dhr. H. J. v. Marle pl. n. 149 zou
ik U in overweging willen geven (aan-
gezien mij bekend is dat hij slecht
te been is) het verzoek om assistentie
van zijn zoon toe te staan.
[w.g.] Renz
Marginale notitie:
Vraagt uitvoering
nader rapport
14-6-44
de Nooij [?]
Naam assistent:
H. J. v. Marle
geb: 13 Sept: 1926
Commelinstraat 29 huis
No. persoonsbewijs
A. 35. 644.154 Dit document is een officieel verzoek of een ondersteuning daarvan, gericht aan een inspecteur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst of een arbeidsbureau). De afzender, Renz, pleit voor het toestaan van assistentie aan een zekere heer H.J. van Marle, die op het Dapperplein 149 woont. De reden voor dit verzoek is dat de heer Van Marle "slecht te been is". De voorgestelde assistent is zijn zoon, eveneens H.J. van Marle genaamd.
Onderaan worden de precieze gegevens van de zoon vermeld: zijn geboortedatum (13 september 1926, hij was dus 17 jaar oud op dat moment), zijn adres (Commelinstraat 29 huis) en het nummer van zijn persoonsbewijs. Een zijdelingse aantekening van 14 juni 1944 geeft aan dat er om een "nader rapport" wordt gevraagd voordat er uitvoering aan wordt gegeven. Het document dateert van juni 1944, een roerige periode in het bezette Nederland, daags na de geallieerde landingen in Normandië. In deze tijd was de arbeidsinzet (Arbeitseinsatz) in volle gang, waarbij jonge mannen werden opgeroepen om in Duitsland te werken.
Verzoeken om "assistentie" waren in deze context vaak pogingen om een officiële vrijstelling (Sperre) te verkrijgen of te behouden. Door de zoon officieel als onmisbare assistent van zijn fysiek beperkte vader aan te merken, kon hij mogelijk voorkomen dat hij naar Duitsland werd gestuurd voor dwangarbeid. De vermelding van het persoonsbewijsnummer onderstreept de strikte controle van de bezettingsautoriteiten op de bevolking. De locaties (Dapperstraat en Commelinstraat) situeren dit verhaal in de Amsterdamse Dapperbuurt. H.J. van Marle Naar aanleiding (Inspecteur)