Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 1 februari 1944. J. Langerhorst, Cillierstraat 7hs, Amsterdam Oost. [Rechtsboven:] 772
[Linksboven:] No 30/16/1 M. 1944 4/2
Amsterdam 1 Februari 1944
[Met potlood:] uv. insp.
Weled Heer
Daar ik een marktvergunning heeft om met
zuurwaren op de Waterlooplein te staan kan
ik tot mijn grote teleurstelling daar geen
bestaan in vinden. Daar ik het voorjaars
seizoen altijd met ijs gestaan heb op de Nieuwmarkt
zou ik gaarne mijn marktvergunning voor ijs
terug willen hebben daar ik van een ijs firma
ijs kan betrekken op provicie bassis
Mijnheer daar het mij al zoo moeilijk valt om
een mijn een bestaan te zien aangaande ik aan
één oog geheel blindt ben en het andere zeer
slecht is hoop ik dat u mijn bij wilt staan
Daar ik voor werk geheel ongeschikt bent
is andere verdienste uitgesloten.
Informaties omtrendt kunt u zich omtrendt mijn oogen
kunt u inwinnen Plantage Middellaan vereeniging
voor hulp behoefde blinde daar ik er al gesolliciteerd
heeft om daar werk te krijgen daar mijn oogen nog
niet van dien aard waren om voor de blinden inrichting
in aanmerking te komen
Hoopende in goede afwachting schrijf ik
Hoogachtend J Langerhorst
Cillierstraat 7 hs Adam Oost
[Aantekeningen onderaan en in de marge:]
[Links, schuin geschreven:]
bezwaard 7-2-44
Afw. [Afgewezen?]
Van Moerkerken
L. mag voortaan
op de markt bezetten met
c. ijs
[Rechtsonder:]
pl. 46 genoteerd.
Th. van moerkerken.
belanghebbende
zie binnenkant omsl.
Mmt. 7/2
30
--- In deze brief verzoekt J. Langerhorst de marktmeester (of een relevante ambtelijke instantie) om zijn marktvergunning te wijzigen. Hij heeft momenteel een vergunning voor het verkopen van zuurwaren op het Waterlooplein, maar geeft aan dat hij daar geen droog brood kan verdienen. Hij wil graag terug naar zijn oude standplaats op de Nieuwmarkt om ijs te verkopen, waarbij hij aangeeft dat hij ijs op commissiebasis ("provicie bassis") kan krijgen van een firma.
De kern van zijn betoog is van sociaal-economische aard: hij is nagenoeg blind (volledig aan één oog, zeer slecht aan het andere) en daardoor arbeidsongeschikt voor regulier werk. Hij haalt een tragische paradox aan: hij heeft geprobeerd werk te vinden via de vereniging voor hulp aan behoeftige blinden aan de Plantage Middellaan, maar daar werd hij afgewezen omdat zijn ogen nog niet slecht genoeg waren om voor hun specifieke werkplaatsen in aanmerking te komen. De marktverkoop van ijs is voor hem de enige manier om in zijn eigen onderhoud te voorzien.
De ambtelijke krabbels onderaan lijken te wijzen op een afhandeling rond 7 februari 1944. Hoewel er "Afw." (mogelijk afgewezen) lijkt te staan, suggereert de latere zin "L. mag voortaan op de markt bezetten met ijs" dat het verzoek uiteindelijk, al dan niet onder voorwaarden, is ingewilligd.
--- Dit document stamt uit februari 1944, een kritieke fase tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De locaties die Langerhorst noemt, het Waterlooplein en de Nieuwmarkt, bevinden zich in het hart van de oude Amsterdamse Jodenbuurt. In 1944 was deze buurt nagenoeg leeggestroomd door de deportaties; de markten daar waren een schim van wat ze voor de oorlog waren. Dit verklaart mogelijk mede waarom Langerhorst aangeeft op het Waterlooplein "geen bestaan te vinden".
Daarnaast werpt de brief een licht op de precaire situatie van mensen met een beperking tijdens de oorlog. De sociale zekerheid was minimaal, en men was grotendeels aangewezen op eigen initiatief of liefdadigheidsinstellingen zoals de genoemde vereniging aan de Plantage Middellaan (waar het blindeninstituut gevestigd was). De bureaucratische strijd om een vergunning was voor een kleine zelfstandige zoals Langerhorst een kwestie van overleven in een tijd van schaarste en economische ontwrichting. J. Langerhorst