Archiefdocument
Origineel
Gedateerd tussen 29 februari en 10 maart 1944. Voorgenomen in te trekken,
komt nimmer + schuld: zie rapp m. 29/2-44.
Reservering van plaats voor "geëvacueerden"
is in verband met een juiste en billijke
plaatsregeling ongewenscht (mogelijk ver-
zoek van schrijven).
2-3-44 [Onduidelijke handtekening/paraaf]
Zal geregeld en
maand komen..
Afgedaan, opbergen.
J. 6/3-44
[Marginale aantekeningen rechts:]
oproepen
3-3-44
gedaan
p 6/3 10/2-44 Het document is een interne ambtelijke notitie betreffende de intrekking van een reservering voor geëvacueerden. De aanleiding voor de intrekking is dat de aangewezen persoon niet is komen opdagen ("komt nimmer") en dat er blijkbaar nog een schuld openstaat, zoals vermeld in een rapport van 29 februari 1944.
De schrijver uit een beleidsmatige kritiek: het vooraf reserveren van plaatsen voor specifieke geëvacueerden wordt als "ongewenscht" beschouwd, omdat dit een "juiste en billijke plaatsregeling" in de weg zou staan. Dit wijst op een streven naar een eerlijke en efficiënte verdeling van schaarse woonruimte. De tekst bevat verder procesmatige aantekeningen, zoals de opdracht om iemand op te roepen en de uiteindelijke instructie om het dossier te archiveren ("Afgedaan, opbergen"). Dit document bevindt zich in de historische context van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (maart 1944). In deze periode was de woningnood hoog en werden grote groepen burgers geëvacueerd, bijvoorbeeld vanwege de afbraak van woonwijken voor de aanleg van de Atlantikwall aan de kust of door oorlogsschade elders.
Lokale overheden hadden de zware taak om deze stromen evacués te kanaliseren en onder te brengen bij gastgezinnen of in vorderingspanden. Dergelijke handgeschreven briefjes geven een inkijkje in de dagelijkse, vaak moeizame bureaucratische afhandeling van huisvestingsproblematiek onder druk van de bezettingsomstandigheden.
Samenvatting
Het document is een interne ambtelijke notitie betreffende de intrekking van een reservering voor geëvacueerden. De aanleiding voor de intrekking is dat de aangewezen persoon niet is komen opdagen ("komt nimmer") en dat er blijkbaar nog een schuld openstaat, zoals vermeld in een rapport van 29 februari 1944.
De schrijver uit een beleidsmatige kritiek: het vooraf reserveren van plaatsen voor specifieke geëvacueerden wordt als "ongewenscht" beschouwd, omdat dit een "juiste en billijke plaatsregeling" in de weg zou staan. Dit wijst op een streven naar een eerlijke en efficiënte verdeling van schaarse woonruimte. De tekst bevat verder procesmatige aantekeningen, zoals de opdracht om iemand op te roepen en de uiteindelijke instructie om het dossier te archiveren ("Afgedaan, opbergen").
Historische Context
Dit document bevindt zich in de historische context van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (maart 1944). In deze periode was de woningnood hoog en werden grote groepen burgers geëvacueerd, bijvoorbeeld vanwege de afbraak van woonwijken voor de aanleg van de Atlantikwall aan de kust of door oorlogsschade elders.
Lokale overheden hadden de zware taak om deze stromen evacués te kanaliseren en onder te brengen bij gastgezinnen of in vorderingspanden. Dergelijke handgeschreven briefjes geven een inkijkje in de dagelijkse, vaak moeizame bureaucratische afhandeling van huisvestingsproblematiek onder druk van de bezettingsomstandigheden.