Archiefdocument
Origineel
31 juli 1944 De Gemeentelijk Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden en De Directeur (Dienst Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier"). Verzonden 31/7 [handgeschreven]
30/30/3M. VB/SV.
1 31 Juli 1944.
klacht W.Borgman. 2216 [penseel/stempel]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
============
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 3 Mei
jl. om advies ontvangen stuk no. 394 L.M. 1944, hebben onder-
geteekenden de eer U te berichten, dat naar de onderhavige
klacht een onderzoek is ingesteld. De op dien dag dienstdoen-
de marktambtenaar verklaarde, dat hij ter bespoediging van
den vischverkoop inderdaad de inning van het geld op zich had
genomen, aangezien de betreffende vischkoopman alleen was. Be-
treffende de klacht over het medenemen van visch door personeel
van den Gemeentelijken Geneeskundige Dienst kan ik U het
volgende mededeelen. Een oude vrouw, die in de rij had gestaan,
werd, nadat zij visch had ontvangen, onwel en moest met een
ziekenauto worden vervoerd. Haar tasch met visch is uiteraard,
als zijnde haar eigendom, in de ziekenauto meegegaan. Na een
op mijn verzoek ingesteld onderzoek is mijn ambtgenoot voor
de Geneeskundigen Dienst gebleken, dat het personeel van de
ziekenauto inderdaad op dien dag, tijdens de hulpverleening
aan deze oude vrouw, kans heeft gezien voor hen zelf visch op
de markt Waterlooplein te koopen. Hiervoor zijn zij door ge-
noemden Directeur ernstig berispt.
Adressant is herhaalde malen, onder andere door be-
zoek van een ambtenaar aan zijn woning, opgeroepen tot het
geven van nadere inlichtingen, doch heeft, nadat hij zich aan-
vankelijk excuseerde wegens ziekte, geweigerd ten kantore van
den dienst Marktwezen te verschijnen. Onder mededeeling, dat
door den eersten ondergeteekende inmiddels opdracht is gegeven,
dat het innen van geld door marktambtenaren niet meer mag
plaats vinden, hebben ondergeteekenden de eer U te adviseeren,
deze aangelegenheid hiermede als afgedaan te beschouwen.
De Directeur,
De Gemeentelijk Adviseur
voor Voedings- en Distri-
butieaangelegenheden, Dit document is een ambtelijk verslag naar aanleiding van een klacht van een burger (W. Borgman) over onregelmatigheden op de vismarkt op het Waterlooplein. Er worden drie specifieke punten behandeld:
- Geldinning door ambtenaren: Een marktambtenaar bekende dat hij geld had geïnd om de verkoop te versnellen omdat de koopman er alleen voor stond. Hoewel dit uit efficiëntie gebeurde, wordt besloten dit voortaan te verbieden om schijn van partijdigheid of fraude te voorkomen.
- Gedrag ambulancepersoneel: Er was een klacht dat ambulancepersoneel vis meenam. Het onderzoek wijst uit dat zij een onwel geworden vrouw mét haar vis hebben vervoerd (legitiem), maar dat zij van de gelegenheid gebruik hebben gemaakt om zelf ook vis te kopen terwijl zij aan het werk waren. Hiervoor hebben zij een officiële berisping gekregen.
- Houding klager: De klager, W. Borgman, weigerde mee te werken aan het verdere onderzoek en verscheen niet op afspraken.
De conclusie van de adviseur en de directeur is dat de zaak hiermee is afgehandeld: de regels zijn aangescherpt en de schuldigen zijn gestraft. De brief dateert uit juli 1944, een periode van extreme schaarste in het bezette Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Voedselvoorziening was streng gereguleerd via distributiebonnen en markten stonden onder scherp toezicht.
In deze context van honger en gebrek was elke vorm van bevoordeling (zoals ambulancepersoneel dat vis koopt tijdens een spoedgeval) of onduidelijkheid over geldstromen (ambtenaren die geld innen) uiterst gevoelig. Het publiek was argwanend tegenover corruptie of het 'voordringen' door functionarissen. De formele en strikte afhandeling van deze klacht laat zien hoe belangrijk de autoriteiten het vonden om de schijn van orde en eerlijkheid in de voedseldistributie op te houden, zelfs in de chaotische laatste oorlogsjaren. De locatie, het Waterlooplein in Amsterdam, was vanouds een centraal handelspunt, maar was door de deportatie van de Joodse bevolking in de jaren daarvoor drastisch veranderd.