Handgeschreven verslag/notitie op een los blad.
Origineel
Handgeschreven verslag/notitie op een los blad. 11 maart 1944 (gebaseerd op de kantlijnnotitie). (Bovenaan de pagina is de tekst afgebroken)
tegen gemaakt
Mogelijk, dat chauffeur
na vermaning gebruik
heeft gemaakt om
het nog te koopen.
Heb ik echter niet ge-
constateerd, want ik
was met broeder druk
bezig met oude vrouw.
| Rever heeft een
zeer slechte meening over
publiek Waterlooplein,
dat regelmatig de
smerigste beschuldi-
gingen uit, zonder
daarvan eenige grond
te hebben.
schrijven is
gericht aan N.V.D. HD
Moet Borgman nu
dezerzijds nog gehoord
worden?
Kantlijnnotitie (deels in rood):
Borgman opgeroepen
Donderdagmiddag 2 uur
11 Maart 44
+ Rever HD * Inhoud: Het document lijkt een intern rapport of een memo. De schrijver meldt dat een chauffeur mogelijk na een waarschuwing toch iets heeft gekocht (mogelijk op de zwarte markt), maar de schrijver kon dit niet bevestigen omdat hij/zij op dat moment een "broeder" (mogelijk een ziekenverzorger of religieus broeder) hielp met een oude vrouw.
* Rever: Er wordt verwezen naar de mening van Rever, die zeer negatief is over de mensen op het Waterlooplein in Amsterdam. Hij beschuldigt hen van het uiten van valse, "smerige" beschuldigingen.
* Borgman: Borgman is blijkbaar een betrokkene of een medewerker die verantwoording moet afleggen. Uit de kantlijn blijkt dat hij inderdaad is opgeroepen voor een gesprek op 11 maart 1944.
* Afkortingen: "N.V.D." staat zeer waarschijnlijk voor de Nederlandsche Volksdienst, een nationaalsocialistische hulporganisatie tijdens de Tweede Wereldoorlog. "HD" zou kunnen staan voor een specifieke afdeling of de initialen van een functionaris. Het document dateert uit maart 1944, een late fase van de Duitse bezetting van Nederland. De context van de Nederlandse Volksdienst (N.V.D.) wijst op een organisatie die zich bezighield met maatschappelijk werk, maar dan vanuit een nationaalsocialistische ideologie.
De vermelding van het Waterlooplein is significant. Dit was van oudsher het hart van de Joodse buurt in Amsterdam en een centrale marktplaats. In 1944 was de Joodse bevolking grotendeels gedeporteerd, maar de markt bleef een plek van handel, vaak ook in goederen die schaars waren door de oorlog. De vijandige houding van de functionarissen (Rever) tegenover het publiek daar past in het tijdsbeeld van de bezetting en de ideologische strijd tegen "asociaal" of "onbetrouwbaar" geachte elementen in de samenleving.