Archiefdocument
Origineel
13 juni 1944 H. Hummen, wonende aan de Gelderschekade 52 te Amsterdam. Nº 30/34/1 M. 1944 14/6 A-dam 13 Juni.
Marktwezen 4a / A-dam
Zie [Inp.?]
Mijnheer
Wegens de werkstelling
elders, kan ik voorloopig
van mijn gunst om op de
Markt (Waterlooplein) te
staan geen gebruik maken
Hopende in normalen tijden
wederom mijn plaats te
kunnen innemen.
Beleefd dankend.
H Hummen
Gelderschekade 52
A-dam C.
[Marginale en latere aantekeningen:]
afber. 20-9-44 [paraaf]
24/6 '44
Z 13/6
opbergen.
z.z.t. zal teruggave van
marktplaatsen nader worden
bekeken.
W. Aug '44.
30 Het betreft een formele brief van een Amsterdamse marktkoopman aan de gemeentelijke autoriteiten. De schrijver, H. Hummen, meldt dat hij zijn vaste standplaats op de markt van het Waterlooplein voorlopig niet kan gebruiken. De opgegeven reden, "wegens de werkstelling elders", is een eufemistische verwijzing naar de Arbeitseinsatz: de gedwongen tewerkstelling van Nederlandse mannen in Duitsland of voor de Duitse oorlogsindustrie tijdens de Tweede Wereldoorlog.
De schrijver spreekt de hoop uit dat hij in "normalen tijden" (na de oorlog) zijn plaats weer kan innemen. De ambtelijke notities onderaan de brief tonen aan dat de aanvraag is verwerkt ("opbergen"), maar dat de definitieve beslissing over het behoud van marktplaatsen voor tewerkgestelden werd uitgesteld tot een nader te bepalen tijdstip ("z.z.t."). De brief is gedateerd op 13 juni 1944, slechts een week na de invasie van de geallieerden in Normandië (D-Day). Hoewel er hoop was op een spoedige bevrijding, was de greep van de bezetter op de Nederlandse samenleving nog zeer sterk. De gedwongen tewerkstelling was op dat moment een van de meest ingrijpende maatregelen voor de mannelijke bevolking.
Het Waterlooplein was van oudsher de centrale markt van de Joodse buurt. In de zomer van 1944 was de Joodse bevolking van Amsterdam echter nagenoeg geheel gedeporteerd. De markt functioneerde nog wel, maar de dynamiek en bezetting waren door de oorlog en de vervolging fundamenteel veranderd. Dit document illustreert hoe de oorlogsomstandigheden ook de overgebleven kleine handelaren rechtstreeks in hun bestaan troffen.