Ambtsbericht / Rapportage van een marktbeambte.
Origineel
Ambtsbericht / Rapportage van een marktbeambte. 23 juni 1944. J. Renz. Den Heer Inspecteur (Marktwezen). Waterlooplein 23 Juni 1944
[Stempel: 30/37/5] [Stempel: 1.1944] Den Heer Inspecteur
Wat het niet betalen van meer ingenomen plaatsruimte, op de dagmarkt Waterlooplein, door de vaste gel: h: A. Weitz pl: n: 137, kan ik U melden dat marktops: Berg bij mij kwam en vertelde dat Weitz de meer door hem ingenomen pl: ruimte niet wenschte te betalen. Wij zijn toen beide naar A. Weitz toegegaan, en ik heb hem er opmerkzaam op gemaakt, dat hij zeer goed wist dat hij bij het innemen van een grootere plaats moest bijbetalen. Toen kwam er een stroom van woorden los zooals „suffert, flapdrollen en het was een „sociale misdaad” om hem dat te laten betalen en al dat moois meer. Aangezien Weitz mij bekend is van de Nieuwmarkt waar ik ook altijd last met hem had wanneer hij moest bijbetalen maar eerlijk gezegd heb ik Weitz nooit ernstig genomen (tenminste die indruk maakte hij altijd op mij) zoodat ik alleen daarom er geen melding van gemaakt heb. De door hem ingenomen ruimte was zeker 5 M: in de lengte
J. Renz In dit schrijven rapporteert marktbeambte J. Renz een incident op de markt van het Waterlooplein. Een vaste standplaatshouder, de heer A. Weitz (plaats nummer 137), weigerde te betalen voor de extra meters die hij in de lengte (ongeveer 5 meter) in beslag had genomen.
Wanneer Renz en marktopziener Berg de koopman hiermee confronteren, ontstaat er een woordenwisseling. Weitz beledigt de beambten met termen als "suffert" en "flapdrollen". Opvallend is de morele verdediging die de koopman aanvoert: hij noemt de heffing een "sociale misdaad". Uit de rapportage blijkt dat Weitz een bekende is van de beambte; hij veroorzaakte eerder soortgelijke problemen op de Nieuwmarkt. Renz geeft toe dat hij in eerste instantie geen melding wilde maken omdat hij de man niet serieus kon nemen. Het document dateert van 23 juni 1944, ruim twee weken na D-Day. Nederland bevindt zich in de eindfase van de Duitse bezetting. De sfeer op de Amsterdamse markten was in deze periode gespannen door schaarste, inflatie en verscherpt toezicht.
Het Waterlooplein, vanouds een Joodse markt, had in 1944 een gedaanteverandering ondergaan omdat de Joodse bevolking door de bezetter was weggevoerd. De markt werd in deze jaren bevolkt door niet-Joodse handelaren, maar de administratieve regels van de gemeente (het Marktwezen) bleven van kracht. Het taalgebruik ("sociale misdaad") kan wijzen op de algemene onvrede over overheidsbemoeienis en de economische druk waaronder marktkooplieden in de oorlogsjaren moesten werken. De administratieve stempels duiden op een strikte bureaucratische afhandeling van zelfs kleine overtredingen op de markt. A. Weitz J. Renz Wat het (Inspecteur) Marktwezen