Officieel schrijven / Kennisgeving
Origineel
Officieel schrijven / Kennisgeving Maart 1941 (vermeldt 2 maart en 8 maart 1941) De Directeur (waarschijnlijk van de Gemeentelijke Marktdienst) 2 Maart 1941 voor Uw vaste plaats op de markt Uilenburg. Gere-
kend te zijn ingegaan 8 Maart 1941 is U vrijstelling verleend
van het betalen van marktgeld voor bovengenoemde markt.
U dient bovenstaand bedrag ten spoedigste te mijnen
kantore, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West of bij een der
op de dag- en weekmarkten dienstdoende marktambtenaren te vol-
doen.
Zoolang hieraan niet door U is voldaan, komt U niet
voor een plaats op een der markten in aanmerking en zal, indien
U reeds een plaats op een der markten bezet, deze worden inge-
trokken.
De Directeur, De tekst is een ambtelijke mededeling betreffende het marktgeld voor een standplaats op de markt in de Amsterdamse buurt Uilenburg. De kern van de boodschap is tweeledig:
- Er is een vrijstelling verleend voor het betalen van marktgeld vanaf 8 maart 1941.
- Ondanks deze vrijstelling is er blijkbaar nog een openstaand bedrag ("bovenstaand bedrag", hoewel het specifieke bedrag op dit fragment niet zichtbaar is) dat direct betaald moet worden.
De toon is dwingend en bureaucratisch. Er wordt direct gedreigd met sancties: zolang de schuld niet is voldaan, verliest de betrokkene het recht op een marktplaats, en bestaande standplaatsen zullen worden ingetrokken. De betaling kon geschieden bij het hoofdkantoor aan de Jan van Galenstraat 14 (de Centrale Markthallen) of bij ambtenaren op de markt zelf. Dit document stamt uit maart 1941, een cruciale periode in de geschiedenis van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting.
De markt op Uilenburg bevond zich in het hart van de oude Joodse buurt (de Jodenbuurt). In februari 1941, slechts enkele weken voor de datum op dit document, vond de Februaristaking plaats als protest tegen de eerste razzia's op Joodse Amsterdammers.
Na de staking intensiveerde de bezetter de maatregelen om de Joodse bevolking te isoleren en hun economische middelen te ontnemen. Hoewel dit document spreekt over een "vrijstelling", is de context van dwingende betalingsbevelen en het dreigen met het intrekken van standplaatsen in deze specifieke buurt zeer beladen. In de loop van 1941 werden Joden steeds verder beperkt in hun handel en uiteindelijk geheel verbannen van de reguliere markten. Dit type correspondentie vormt vaak de bureaucratische neerslag van de systematische uitsluiting van Joodse marktkooplieden.