Handgeschreven concept-verslag of ambtelijk advies betreffende een klacht.
Origineel
Handgeschreven concept-verslag of ambtelijk advies betreffende een klacht. 29 maart 1944. [Linksboven:]
klacht
J. Zijlstra
Vischverkoop
Noordermarkt
[Rechtsboven:]
A’dam 29/3 1944.
[In rood potlood:]
33/3/2 W.l.M.
[Hoofdtekst:]
Onder terugzending van het met Uw handbrief dd. 8 Maart jl. om advies ontvangen stuk No. 245 Z.M. 1944 hebben de ondergetekenden de eer U te berichten, dat zij naar de nevengaande klacht een onderzoek hebben ingesteld.
~~waarbij~~ ~~namelijk~~ ~~hetgeen~~ Klager, als de, op den ~~betreffenden~~ dag dienstdonende marktmeester ~~rapporteert~~ ~~de~~ ~~marktmeester~~ J. Reuz, die op 3 dezer op de Noordermarkt dienstdonend, ontkende ten stelligste, dat hij de middagloting op een vroeger tijdstip ~~dan~~ op of 14.30 uur heeft gehouden, waaraan hij onveranderd vasthield.
Wij hebben hierna klager tezamen met den marktmeester gehoord, ~~hetgeen~~ ~~evenmin~~ ~~nieuwe~~ ~~gezichtspunten~~ heeft geopend. Zijlstra
[In de linkermarge, verticaal geschreven:]
onmiddellijk als opmerking toevoegde dat hij ook niet begreep, welke belangen of redenen hem hebben om vijf minuten eerder of later te loten of te doen plaats vinden. * Inhoud: Het document betreft een onderzoek naar een klacht van J. Zijlstra over de gang van zaken bij de vismarkt op de Amsterdamse Noordermarkt. Het geschil draait om het exacte tijdstip van de "middagloting" (de verloting van standplaatsen). De ambtenaar ter plaatse, J. Reuz, wordt ervan beschuldigd de loting te vroeg te hebben gehouden. Reuz ontkent dit en stelt dat hij zich strikt aan het tijdstip van 14:30 uur heeft gehouden.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel-ambtelijk ("hebben de ondergetekenden de eer U te berichten", "ten stelligste ontkennen"). De tekst is een kladversie, getuige de vele doorhalingen waarbij de schrijver zoekt naar de juiste formulering om de confrontatie tussen de klager en de beklaagde te beschrijven.
* Marginale notitie: De tekst in de marge fungeert als een aanvulling op de verdediging van de ambtenaar (Reuz). Hij voert aan dat hij geen enkel eigenbelang zou hebben bij het verschuiven van de loting met slechts vijf minuten. Dit document stamt uit maart 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlogssituatie nijpend was, bleven de gemeentelijke bureaucratie en de marktregulering in Amsterdam functioneren. De Noordermarkt was (en is) een centraal punt voor de handel in levensmiddelen. In een tijd van schaarste en rantsoenering was de toewijzing van een goede marktplaats via loting van groot economisch belang voor kooplieden zoals Zijlstra. De verwijzing naar "stuk No. 245 Z.M. 1944" duidt op een officiële registratie in het archief van 'Zaken van de Markt' of een vergelijkbare afdeling van de Gemeente Amsterdam.