Handgeschreven brief (fragment, gemarkeerd met paginanummer '5').
Origineel
Handgeschreven brief (fragment, gemarkeerd met paginanummer '5'). 5
Mijnheer ik heb de brief
nog n, paardagen in mijn
berusting gehouden, Als
uw dat nu eens gezien had
halve karren met visch
werdt naar boven en
de karrebaas en daarna
rond gebracht naar de
kasteleins Het is n groote
gruwel de eene werkman
de anderen zoo uittebeenen
Mijnheer ik hoop dat uw
er n, stokkie voor zal steken
ze verdienen nu geld
genoeg dat tuig!!
Ik zou uw wel de hoofdpersone
wil noemen Maar de volgende
brief
Tot nu mijn Hartelijk
dank
n, Ooggetuige * Inhoud: De schrijver uit zijn verontwaardiging over de gang van zaken bij het transport van vis. Er wordt gesproken over "halve karren" die naar "kasteleins" (kroegbazen of herbergiers) worden gebracht. De kern van de klacht is de uitbuiting van arbeiders door elkaar of door een meerdere ("de eene werkman de anderen zoo uittebeenen"). De schrijver noemt de betrokkenen "tuig" en dreigt in een volgende brief namen te noemen ("hoofdpersone").
* Taalgebruik: Het geschrift bevat diverse archaïsche en fonetische spellingen die duiden op een schrijver uit de arbeidersklasse of iemand die minder formeel geschoold is (bijv. "n," voor "een", "stokkie" in plaats van "stokje", "uw" in plaats van "u", en "uittebeenen" voor uitbenen/uitbuiten).
* Stijl: De toon is dwingend, emotioneel geladen (gebruik van dubbele uitroeptekens) en onthullend van aard. Dit document lijkt een brief van een klokkenluider te zijn, gericht aan een autoriteitsfiguur (aangesproken met "Mijnheer"), mogelijk een inspecteur, een werkgever of een redacteur van een krant. Het geeft een inkijkje in de sociale misstanden en de informele economie in de visserijsector of distributieketen van die tijd. De term 'uitbenen' wordt hier metaforisch gebruikt voor het tot op het bot uitbuiten van mensen. De vermelding van "kasteleins" suggereert dat vis mogelijk buiten de officiële markt om werd verhandeld aan horecagelegenheden.