Handgeschreven briefje/notitie.
Origineel
Handgeschreven briefje/notitie. Mijnheer ik heb nu maar dat
briefje hierbij in gesloten.
wandt ik zag, jonkslede geen
Cotroleur op de Vischmarkt
meer, wat mij erg speet!
dan was hij op heeterdaad
betrapt, die deugniet is nu
al 3 keer gestraft, en nog laat
hij het niet zoo een moeten
zij naar Duitschland trappen De tekst is een korte, verontwaardigde mededeling gericht aan een onbekende autoriteit ("Mijnheer"). De schrijver meldt dat hij een briefje heeft bijgevoegd ter verduidelijking. De kern van de klacht is dat er "jongstleden" (onlangs) geen controleur aanwezig was op de "Vischmarkt". Hierdoor is een niet nader genoemde "deugniet" ontsnapt aan een betrapping op heterdaad. Volgens de schrijver is deze persoon al drie keer eerder gestraft, maar leert hij het niet af.
Taalkundig vallen de fonetische en verouderde spellingen op: "wandt" (want), "jonkslede" (jongstleden), "Cotroleur" (controleur), "Vischmarkt" en "heeterdaad". De zinsbouw is informeel en gedreven door emotie. De laatste zin, waarin wordt gesuggereerd dat men dergelijke personen "naar Duitschland" moet "trappen", is een sterke aanwijzing voor de historische context. Dit duidt vrijwel zeker op de periode van de Tweede Wereldoorlog of de periode vlak daarna. In die tijd was het wegsturen naar Duitsland (of het dreigen daarmee) een veelvoorkomend sentiment jegens collaborateurs, zwarthandelaars of personen die de sociale orde verstoorden. Gezien de locatie (de vismarkt) zou het kunnen gaan om een melding van illegale handel of diefstal in een tijd van schaarste en strenge regulering.